Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Als een duivel in een wijwatervat…

Als een duivel in een wijwatervat…

In zijn uitstekende bijdrage over ‘De bedreigde tolerantie’ stelt de Nederlandse publicist M. Looij dat «het fanatisme de mens beheerst in al zijn doen en laten. In zijn verblindheid heeft de fanaticus geen oog voor iets anders dan voor het object van zijn dweperij. Doordat hij dit isoleert en verabsoluteert, verliest hij alle gevoel voor verhoudingen en voor relativisme. Zijn onderscheidingsvermogen en oordeelskracht zijn daardoor verzwakt. Alles wat tegen zijn dweperij ingaat, betekent weerstand die overwonnen moet worden. Hij beziet alles vanuit één gezichtshoek en meet alles met één maatstaf. Hij miskent de verscheidenheid der opvattingen en accepteert alleen wat in zijn gedachtewereld past. Hij durft zelfs de mogelijkheid van een andere opvatting niet onder ogen te zien en mist daartoe ook de soepelheid van geest.».

Dit citaat verwoordt perfect wat er van het artikel ‘Katholitis, een ziekte van deze tijd’ van Dhr. Geybels en Dhr. Mettepenningen (DS 25 september) uitgaat: een totaal gebrek aan tolerantie dat leidt tot fanatisme.

Deze sloganeske tekst blinkt uit door een gebrek aan logisch beredeneerde argumenten. Hun paranoïde standpunt is dat al wat afwijkt van de katholieke kerk, enkel en alleen bedoeld is om in te gaan tegen de katholieke kerk. M.a.w. het anti-katholicisme, een fenomeen dat de auteurs Katholitis noemen, als doel op zich!

De theologen Geybels en Mettepenningen beweren dat het ‘pluraliseren’ van het onderwijs enkel doorgevoerd is om tegen het katholieke onderwijs te zijn. Ze negeren derhalve het feit dat het officiële onderwijs in de 19e eeuw opgericht werd om alle groepen in de samenleving ongeacht hun levensovertuiging of religie te bedienen en dat dit niet mogelijk was in een katholiek onderwijsmonopolie.

Het terug dringen van de aalmoezeniers in de gevangenissen en in het leger wordt gezien als een aanval van iedere andersdenkende met als doel de katholieke kerk te ondergraven. Dat het inkrimpen van het aalmoezenierkorps ook beantwoordt aan de maatschappelijke realiteit wordt heel ostentatief genegeerd. Dat de moreel consulenten en aalmoezeniers van de andere godsdiensten reeds meer dan een jaar samen met de katholieke aalmoezeniers acties voeren terzake, is hen klaarblijkelijk onbekend, of beter, past niet in hun kraam van katholitis.

Dat volgens de auteurs “intellectuelen die zich in actuele debatten verzetten tegen katholieke standpunten louter en alleen omdat het katholieke standpunten zijn…” is een mening, die ons perplex slaat en hun paranoïde nogmaals etaleert.

Over zowel abortus als euthanasie werd enorm lang gediscussieerd in brede maatschappelijke en parlementaire debatten. Uiteindelijk ontstond, op basis van humane en rationeel bekomen argumenten, uit deze debatten een wetgeving. De abortus- en euthanasiewet zijn tot stand gekomen in een democratische samenleving, vanuit het diepste respect voor fundamentele rechten zoals het recht op zelfbeschikking en het recht op waardigheid en integriteit. Door te stellen dat in de debatten over abortus en euthanasie het levensbeschouwelijke-inhoudelijke overtroffen wordt door het individueel zakelijke - alsof abortus en euthanasie voor betrokkenen tot een zakelijk iets zou kunnen herleid worden, - plaatsen de auteurs de katholieke kerk en zichzelf boven de mensenrechten, de individuele rechten en de wetgeving.
De theologen Geybels en Mettepeningen negeren deze logisch bekomen argumenten en stellen blind dat de wetgeving er enkel is om de katholieke gemeenschap en zijn waarden af te breken. Ze vergeten trouwens te vermelden dat deze humane wetgeving euthanasie slechts in welbepaalde voorwaarden toelaat en niemand verplicht om euthanasie te vragen of toe te passen, juist omdat de wetgever rekening heeft gehouden met alle levensbeschouwelijke standpunten.

Volgens Geybels en Mettepenningen is “de inhoud van wat de katholitis-lijders te melden hebben, eerder beperkt”. Voorwaar een houtaine en botte bewering. Onze visie in de maatschappelijke debatten is dikwijls gericht op ethische en morele standpunten, dus inhoud. Daarbij worden waarden als recht op integriteit, zelfbeschikkingsrecht, recht op een kwalitatief en menswaardig bestaan, solidariteit, verdraagzaamheid voortdurend naar voren geschoven.

Dat we als vrijzinnigen niet instemmen met de katholieke ethische code op het vlak van euthanasie heeft dus niets te maken met een anti-katholiek zijn, een katholitis, maar alles met eigen waarden, die inherent zijn aan ons menszijn, en niet opgelegd worden door een van bovenaf regulerende godheid.

Een laatste voorbeeld van een ongefundeerde bewering van de theologen is: «Het lijkt wel of de vroegere katholieke wijzen vandaag verzwegen moeten worden. Is dat de reden waarom er in de Europese grondwet geen verwijzing mag komen naar de christelijke wortels van de Europese cultuur?»

De eerste zin houdt geen steek, omdat het er bij ons niet om gaat welke religie een wetenschapper heeft, maar wel hoe hij tot een wetenschappelijk resultaat gekomen is. Wat de tweede bewering betreft. De Europese Unie en haar instellingen halen legitimiteit uit steun van de bevolking en niet uit een opperwezen. De burgers sturen hun afgevaardigden aan de hand van democratische verkiezingen naar de instellingen. Indien de Europese Unie haar legitimatie zoekt via kerken of het geloof, verkracht zij de legitimiteit van het soevereine volk. Zelfs de minste verwijzing naar een godheid en het christelijke erfgoed in de wetgeving van de Europese grondwet is bovendien discriminatoir ten aanzien van vrijzinnigen, joden en moslims. Daardoor ontstaat immers een feitelijke tweedeling tussen zij die in de christelijke god geloven en zij die dit niet doen. Een democratische staat moet daarentegen neutraal zijn en alle burgers gelijk behandelen.

Geybels en Mettepenningen pleiten wel ogenschijnlijk voor een debat, maar vragen zich onmiddellijk af wat iemand bezielt om na het breken met de katholieke religie andere dan katholieke standpunten in te nemen, alsof de katholieke waarden de enige mogelijke zijn.

Vanuit een theologisch oogpunt is dit misschien de enige mogelijke visie, maar van wetenschappers verwachten we een beter inzicht in het maatschappelijk debat. Iedere religieuze of levensbeschouwelijke groep heeft immers het recht in een democratische samenleving om deel te nemen aan de maatschappelijke discussie. Daarbij mag echter niemand pretenderen dat hij of zij dé “juiste” morele en ethische opvatting heeft. Op dat ogenblik stopt het debat en is er sprake van oplegging. Een debat vertrekt uiteraard vanuit een respect voor elkaar en elkaars opinie.

Tot wat leidt dit artikel van beide theologen? Tot meer verdraagzaamheid, tot meer begrip? Neen, want het is een opsomming van eenzijdige, niet gegronde verwijten in één richting! Er is geen aanzet tot dialoog. Als vertegenwoordiger van de vrijzinnige humanistische levensbeschouwelijke gemeenschap pleiten we voor een welgemeende dialoog met andersdenkenden, ook en vooral met onze katholieke naasten, op basis van wederzijds respect en vertrekkend van vele identieke waarden.

Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Dit opiniestuk verschenen in De Standaard

Bookmark and Share

 

 

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen