CD&V als een duivel in een wijwatervat
Meer dan tien jaar verzetten de katholieken en de vroegere CVP zich tegen een wettelijke regeling van euthanasie. Ook de CD&V gebruikt alle middelen om het wetsvoorstel tegen te houden. Het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg lijkt dan ook voor de conservatieve senator H. Vandenberghe, tevens CD & V fractievoorzitter, een godengeschenk te zijn.
Twee opmerkingen willen we terzake maken. De hoogleraar in de rechten, die Hugo Vandenberghe is, moet ongetwijfeld, zoals zijn collega Herman Nys, weten dat het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens enkel ingaat op de Britse situatie, die niet vergelijkbaar is met het Belgische voorstel. In Groot-Brittannië is immers zelfdoding niet strafbaar, maar hulp bij zelfdoding wel, terwijl in ons land geen van beide opgenomen is in de strafwet. Volgens het wetsvoorstel moet euthanasie uitgevoerd worden, onder strenge voorwaarden door de arts, terwijl in de Britse situatie, voorgelegd aan het Europees Hof, de euthanasie zou uitgevoerd worden door de echtgenoot.
Bovendien kan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich slechts uitspreken over de Belgische tekst, wanneer het voorstel wet geworden is. Als rechtgeaarde democraten zullen de vrijzinnigen zich neerleggen bij de uitspraak van dit rechtscollege.
De Raad van State stelde ter gelegenheid van de parlementaire werkzaamheden in de Senaat een advies op, waarin gesteld werd dat het wetsvoorstel niet strijdig was met artikel 2 (het recht op leven) van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. De Raad van State schreef dat uit dit artikel 2 geen verplichting voor de Staat voortvloeide om het leven in alle omstandigheden te beschermen tegen de wil van de betrokkene in.
Ook in Groot-Brittannië kreeg een vrouw gelijk bij het Hooggerechtshof toen ze vroeg om de medische apparaten waaraan ze lag te mogen stilleggen.
Als vrijzinnige humanisten vinden we het onverantwoord en onethisch een mens nutteloos en uitzichtloos te laten lijden en hem kunstmatig in leven (?) te houden.
Daarom ijvert de vrijzinnige gemeenschap reeds jarenlang voor de legalisering van euthanasie.
Een vrijzinnige benadering van ethische problemen bij het levenseinde vertrekt vanuit de rechten van de patiënt. Binnen de vrijzinnig humanistische levensbeschouwing hechten we veel belang aan het recht op zelfbeschikking, ook een recht van de mens. Voor ons is de mens zijn eigen zingever die weloverwogen zijn eigen beslissingen neemt. We doen dit ons hele leven door. Het is dan ook belangrijk dat we dit op het einde van ons leven kunnen blijven doen.
Vanuit het autonomiebeginsel en het recht op zelfbeschikking kan de goed geïnformeerde burger weloverwogen kiezen hoe hij zijn laatste levensfase wil doorbrengen. Dit impliceert naast de keuze van stoppen met of niet opstarten van levensverlengende behandelingen, meer pijnbestrijding, palliatieve zorg, ook de keuze voor euthanasie.
We hebben er alle belang bij dat de vragen voor euthanasie en andere vormen van levensbeëindiging openlijk, in breed overleg en kwaliteitsvol kunnen behandeld worden. Euthanasie en andere vormen van zorg aan het levenseinde dienen opgenomen te worden in het curriculum van de medische en paramedische opleidingen en in de postacademische vorming.
Belangrijk is dat niemand verplicht wordt tot de keuze van euthanasie en dat niemand verplicht wordt om er aan mee te werken wanneer dit strijdig is met zijn of haar geweten. De keuze voor euthanasie blijft een zeer moeilijke en hoogst individuele beslissing die in de meest optimale omstandigheden moet behandeld worden. We eerbiedigen als vrijzinnige elke andere levensbeschouwing, maar vragen tezelfdertijd ook respect voor onze opvatting, dat een goddelijk wezen onze lotsbestemming niet aanwijst. Daar blijft het CD&V vanuit hun christelijke inspiratie onverdraagzaam.
Het wetsontwerp betreffende de euthanasie kwam tot stand na een brede parlementaire discussie en vormt een humaan ontwerp van een wet die een zeer delicate materie regelt. Het ontwerp biedt rechtszekerheid aan zowel de patiënten als de artsen. Zoals alle wetten zal ook deze wet vatbaar zijn voor verbetering. Het vormt een uitdaging om deze wet zo goed mogelijk uit te voeren. De voorziene evaluatie na twee jaar zal dan ook heel belangrijk zijn en biedt de mogelijkheid tot remediëring van een aantal knelpunten via voorstellen tot wetswijziging (onder andere de problematiek van de minderjarigen, de beperking van de duur van de geldigheid van de wilsverklaring).
Het is belangrijk dat deze wet een einde kan stellen aan de algemeen verspreide illegaliteit van euthanasie zodat artsen die hun verantwoordelijkheid nemen en ingaan op een euthanasievraag niet langer dreigen strafrechtelijk vervolgd te worden en de lijdende mens die wenst te sterven geholpen kan worden op een humane wijze en niet zijn toevlucht dient te nemen tot soms afgrijselijke methodes om zijn leven te kunnen beëindigen.
Een goede wettelijke regeling moet er ook voor zorgen dat er een einde komt aan het vrij grote aantal levensbeëindigingen zonder verzoek. Over levensbeëindiging moet er in een open klimaat kunnen gesproken worden. Dit dient niet afgehandeld te worden in een schemerzone. Dit vereist het ontstaan van een waarheidscontract tussen arts en patiënt en een sfeer van respect voor de door de patiënt autonoom genomen beslissingen betreffende zijn levenseinde. Men kan pas spreken over een ware humanisering van het levenseinde wanneer een patiënt onbevreesd in een open gesprek bij zijn arts terecht kan om te praten over de uitvoering van zijn wensen betreffende zijn stervensproces.
De Unie Vrijzinnige Verenigingen steunt dan ook volmondig het voorliggende wetsontwerp betreffende de euthanasie dat reeds door de Senaat en de Kamercommissie Justitie goedgekeurd werd en hoopt dat deze tekst binnenkort ook in de plenaire vergadering van de Kamer zal goedgekeurd worden. De goedkeuring van deze wet zal een belangrijke stap betekenen voor de humanisering van het levenseinde voor iedereen in een pluralistische samenleving. Deze wet kan, wanneer het CD & V dit meent te moeten doen, voorgelegd worden aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Standaard