Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken De katholieke obsessie voor vrijzinnige pesterijen

De katholieke obsessie voor vrijzinnige pesterijen

Hoofdredacteur Mark Van de Voorde van ‘Kerk en Leven’ haalt in twee recente artikels zwaar uit naar de huidige paars-groene regering. Vanuit een aversie tegen de scheiding van kerk en staat wordt de goddeloze regering enerzijds verweten de katholieken op een laag niveau aan te pakken en dus aan ‘rondjes katholieken pesten’ te doen. Anderzijds wordt Karel De Gucht, wiens “vrijzinnigheid ideologisch zo stijf als een hark” is en die “de feitelijke regeringsleider achter de schermen” wordt genoemd, verweten “het katholieke schoolnet te dwingen tot netoverschrijding, lees netverdwijning”.
Het ultieme doel daarbij zou zijn het maatschappelijk landschap religievrij maken.

De CVP kreeg ook een veeg uit de pan, want het “heilloze” voorstel om de koppeling van burgerlijk en kerkelijk huwelijk op te heffen wordt door Van de Voorde radicaal afgewezen. Bovendien zou de scheiding van kerk en staat ondemocratisch zijn in een democratie waar de overgrote meerderheid van de burgers zich gelovig voelt. De verkiezing van de schoolbesturen door de ouders wordt daarentegen als ondemocratisch afgewezen en beschouwd als een regelrechte weg naar een schooloorlog.

Deze artikels, alsook het interview van Van de Voorde (DM 26 maart) en andere uitlatingen van kerkelijke verantwoordelijken tonen duidelijk aan dat de kerk na 170 jaar katholieke heerschappij nog altijd niet kan verkroppen dat er ook andersdenkenden en vrijzinnigen bestaan. De decennialange systematische miskenning van de rechten van een steeds groter wordende groep burgers wordt gemakshalve vergeten en het nastreven van een gelijkberechtiging wordt voorgesteld als een pesterij. “Kerk en Leven”, het huisblad van de Belgische bisschoppen, pleit duidelijk voor het behoud van het bestaande voorrecht op het vlak van de financiering van de eredienst, de symbolen en het protocol. De kanker van de “eigen volk eerst” mentaliteit wordt in wezen overgenomen binnen het instituut van de kerk.

De afschaffing van het Te Deum, niet als religieuze wel als officiële plechtigheid, het verwijderen van kruisbeelden, als symbool van één religie, uit gerechtsgebouwen en een pleidooi voor de scheiding van kerk en staat zijn immers slechts elementen die een totaal scheefgegroeide situatie van voorkeursbehandeling dienen te corrigeren. Wat de financiering van de erediensten betreft, heeft de katholieke kerk één pastoor per zeshonderd inwoners ongeacht de religieuze overtuiging van deze inwoners, terwijl de overige erediensten of levensbeschouwingen hun getalsterkte min of meer moeten bewijzen. Ik wijs er bovendien op dat de katholieke kerk ook meer lekenparochiehelpers in dienst heeft dan het totaal aantal moreel consulenten van de Centrale Vrijzinnige Raad.

De klacht voor het verlies van subsidiëring van KAV kan evenzeer geformuleerd worden ten aanzien van het Willemsfonds en Vermeylenfonds. Als vrijzinnige beweer ik allerminst dat een gelovige niet voor zijn overtuiging mag uitkomen of dat de standpunten van de kerk niet moeten gehoord worden. De katholieke kerk heeft ongetwijfeld een maatschappelijk belang dat evenwel door de wereldvreemde houding van dit instituut steeds kleiner wordt. Mij blijft het verwonderen dat de eenvoudige gedachte aan gelijke behandeling van andersdenkenden of niet-gelovigen, ook wat de symbolen betreft, nooit opkomt bij de bisschoppen, die blijven zweren bij de verstrengeling van één kerk met de staat.

Na 150 jaar katholiek kerkelijk monopolie geeft deze regering eindelijk enige impulsen aan de verwezenlijking van een pluralistische maatschappij, hoewel enige terughoudendheid voelbaar is.
Ik verwijs naar de uitvoering van artikel 181§2 van de grondwet, waarop de niet-confessionele gemeenschap reeds acht jaar wacht. Ondanks bijna twee jaar “vrijzinnig” regeringsbeleid, is het wetsontwerp nog steeds niet door de paars-groene regering neergelegd in het parlement.
Het K.B. van 13 juni 1999, opgesteld door de heer Van Parijs in zijn nadagen als minister van Justitie, voorzag o.m. in een kader van 13 moreel consulenten in het gevangeniswezen voor de vrijzinnige levensbeschouwing. Omwille van de vele moeilijkheden, die dat snel opgestelde K.B. met zich meebracht werd de huidige minister van justitie genoodzaakt dit K.B. eerst op te schorten en nadien in te trekken. Volgens de meest recente informatie zou de niet-confessionele levensbeschouwing in de toekomst op één moreel consulent in de gevangenissen kunnen rekenen.

Op 23 april 2001 zond Radio 1 vanuit de Sint-Servaaskerk te Grimbergen een katholieke eredienst uit. Tijdens zijn homilie had de priester sterke kritiek op de politieke voorstellen, die de positie van de kerk zouden aantasten. Bij mijn weten heeft de minister van justitie geen gebruik gemaakt van zijn injunctierecht en het parket de opdracht gegeven artikel 268 Strafwetboek toe te passen. Krachtens deze wetbepaling wordt gestraft “met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig frank tot vijfhonderd frank de bedienaren van een eredienst die in de uitoefening van hun bediening door woorden, in openbare vergadering gesproken, de Regering, een wet, een koninklijk besluit of enige andere handeling van het openbaar gezag rechtstreeks aanvallen”. Gezien een priester anno 2001 niet (meer) boven de wet staat, zou een klacht en veroordeling een normaal gegeven zijn. Ik begrijp echter dat justitie op dit ogenblik andere prioriteiten heeft. Een wettelijke houding zou bovendien als pesterij bestempeld worden.

De katholieke hiërarchie, althans zoals verwoord door Kerk en Leven, blijft evenwel overtuigd dat de vrijzinnige gemeenschap de katholieke kerk wil jennen. Ze gaat uit van het eigen grote gelijk en stelt de pluralistische maatschappij voor als een samenleving waar geen enkele plaats meer zal zijn voor waarden, normen en zingeving. Hoe zouden echter de waarden die in iedere levensbeschouwing aanwezig zijn kunnen genegeerd worden in een democratie? Maakt de burger geen politieke en maatschappelijke keuzes vanuit de eigen overtuiging?

Hoe zou het maatschappelijke landschap religievrij kunnen gemaakt worden indien grote aantallen burgers religieus geïnspireerd zijn?

De katholieke kerk mag / moet o.i. een belangrijke maatschappelijke rol blijven vervullen, maar op dezelfde voet als elke andere godsdienst of levensbeschouwing.
De Unie Vrijzinnige Verenigingen heeft steeds gepleit voor een gelijkberechtiging van alle religies en levensbeschouwelijke organisaties. In ons land komt de katholieke kerk ondanks een sterke leegloop in de laatste decennia (iets meer dan 10% is nog praktiserend, anderen doen één of tweemaal een beroep op de katholieke rituelen) tussen in staatsaangelegenheden.

Het is om deze ongelijkheid op te heffen dat de huidige regering een aantal aanzetten geeft om op termijn een werkelijke scheiding tussen kerk en staat te bewerkstelligen.
Indien de financiering van de erediensten de maatschappelijke evolutie zou volgen, moet bij de ontbinding van het parlement grondswetsartikel 181 voor herziening vatbaar verklaard worden, zodat een bijkomende stap gezet wordt naar meer gelijkheid tussen alle burgers.

Naar analogie met Mark Van de Voorde hoop ik dat onze regering het Nederlandse kabinet volgt en een gesprek met de levensbeschouwingen en erediensten aanknoopt. Ik ben bereid om bij te dragen tot een pluralistische en gelijke samenleving. Ik nodig kardinaal Danneels dan ook graag uit om gezamenlijk met de andere erkende kerken en levensovertuigingen dit debat voor te bereiden. Ik wil immers dat de boodschap van christenen en vrijzinnigen, die appelleert aan de waarden van gelijkheid (dixit Van de Voorde) geen ijdele uitdrukking blijft. Ik hoop dat onze uitnodiging dit keer wel zal worden beantwoord door kardinaal Danneels, ondanks het feit dat hij in het verleden ieder gesprek heeft afgewezen.

Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Bookmark and Share

  PrintPrint milieuvriendelijk

 

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen