De Plaats En De Erkenning Van De Uitdrukking Van Het Religieuze Lidmaatschap Of Van Filosofische Opvattingen In Onze Democratische En Pluralistische Maatschappij
MEMORANDUM VAN DE UNIE VRIJZINNIGE VERENIGINGEN
Institutionele aspecten
De idee van het levensbeschouwelijk pluralisme vindt zijn oorsprong in de Belgische Grondwet van 7 februari 1831, een van de meest progressieve in Europa.
Een wereldlijke opvatting van de Staat, een betrekkelijke scheiding tussen de Staat en de Kerken en hun wederzijdse onafhankelijkheid kenmerken de Belgische situatie. Dit is terug te vinden in drie artikels die de verhouding Staat – Kerken bepalen (de nummering van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 wordt hierbij gehanteerd): het artikel 19 van de Grondwet waarborgt de vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan en de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten. Het artikel 20 stelt “dat niemand kan gedwongen worden op enigerlei wijze deel te nemen aan handelingen en aan plechtigheden van een eredienst of de rustdagen ervan te onderhouden”. Artikel 21 bepaalt dat de Staat niet het recht heeft zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Het artikel voorziet tevens dat het burgerlijk huwelijk altijd aan de huwelijksinzegening moet voorafgaan.
Het al dan niet een geloof aanhangen behoort tot de privé-sfeer. Het staat in België elke burger vrij om al dan niet in een godheid te geloven en zijn geloof al dan niet te belijden. Elke eredienst mag zich organiseren naar eigen goeddunken. De Staat waarborgt deze vrijheden door een gelijke behandeling te garanderen ten opzichte van elk individu en elke particuliere groepering. Deze gelijkheid wordt bevestigd in artikels 10 en 11 van de Grondwet. Met dat doel waarborgen de wet en het decreet in het bijzonder de rechten en vrijheden van de ideologische en filosofische minderheden. Krachtens de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding verbiedt de wetgever discriminatie op grond van geloof of levensbeschouwing.
De beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen gelovigen en niet-gelovigen worden ook gewaarborgd in het internationaal recht, met name in artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950; in artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, goedgekeurd door de Belgische wet van 15 mei 1981. De resoluties 36/55 en 55/97, op 25 november 1981 en 1 maart 2001 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, nodigen de Staten uit doeltreffende maatregelen te nemen om elke discriminatie gebaseerd op godsdienst of overtuiging uit te schakelen.
De godsdiensten en levensbeschouwingen behoren tot de privé-sfeer maar vertegenwoordigen ook een algemeen, humaan en moreel belang door het lenigen van de geestelijke of morele noden van de burgers. Op basis daarvan heeft de Belgische Staat hen erkend en financiële middelen gegeven teneinde hun taak te kunnen vervullen.
Artikel 181 van de Grondwet bekrachtigt het principe van de erkenning. Het artikel 181 luidt als volgt:
“Paragraaf 1: de wedden en pensioenen van de bedienaren der erediensten komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.
Paragraaf 2: de wedden en pensioenen van de afgevaardigden van de door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing, komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.”
Artikel 181§1 GW en de erkende erediensten
Er bestaan zes erkende erediensten in België: de katholieke (erkend bij wet van 8 april 1802), de protestantse (wet van 8 april 1802), de anglikaanse (wet van 4 maart 1870 artikel 19), de israëlitische (wet van 4 maart 1870 artikel 19), de islamitische (wet van 19 juli 1974) en de orthodoxe eredienst (wet van 17 april 1985).
Artikel 181§2 GW en de niet-confessionele gemeenschappen
De uitvoering van artikel 181§2 van de Grondwet wordt geregeld door de wet van 21 juni 2002 betreffende de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België, de afgevaardigden en de instellingen belast met het beheer van de materiële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen.
De financiering door de overheid werd sedert kort geregionaliseerd. Het ontwerp van decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten werd goedgekeurd op 5 mei 2004 en is gebaseerd op de affectatie van begrotingskredieten. De Staat int de belastingen bij de belastingplichtigen en bestemt een deel voor de financiering. Van het bedrag dat op basis van artikel 181 van de Grondwet bestemd is voor de erkende godsdiensten en de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen gaat meer dan 90 naar de katholieke geloofsgemeenschap.
Op grond van deze vaststelling vraagt de Unie Vrijzinnige Verenigingen een gelijkwaardige behandeling bij de toekenning van publieke middelen aan de erediensten en de niet-confessionele gemeenschappen, op basis van objectieve criteria (rekening houdend met de feitelijke proportionaliteit binnen de bevolking) en het debat aan te gaan waarmee doorzichtigheid wordt beoogd van de financieringsvoorwaarden voor de erediensten en de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen.
Omdat het al dan niet een geloof aanhangen behoort tot de privé-sfeer streven de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen naar een strikte scheiding tussen kerk/levensbeschouwing en Staat o.a. wat betreft de financiering. Op korte termijn is de daadwerkelijke scheiding nog niet mogelijk. Als overgangsfase ijvert men voor een gelijke behandeling van de erediensten en de niet-confessionele gemeenschappen.
De Unie Vrijzinnige Verenigingen ijvert voor de scheiding van Kerk(en) en Staat, dat wil zeggen:
Het levensbeschouwelijk pluralisme in internationaal perspectief
Het nut van de godsdiensten en levensbeschouwingen
Financiering van de erkende erediensten en de niet-confessionele gemeenschappen
Scheiding Kerk en Staat
- de niet-inmenging van Kerken en niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen in zaken die de staat aanbelangen. Dit veronderstelt o.a. dat de overheid de geloofsovertuiging van de meerderheid van de bevolking niet voorstelt als staatsgodsdienst.
- de niet-inmenging van de Staat in de aangelegenheden van de Kerken en de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen. De Staat hoedt zich voor een interventie in de interne organisatie van de Kerk(en) en de levensbeschouwelijke gemeenschappen, bij de bepaling van hun ethische standpunten of bij de benoeming van hun vertegenwoordigers.
- de Staat waarborgt autonomie van eenieder wat betreft zijn levensbeschouwelijke of godsdienstige opvattingen.
Het levensbeschouwelijk pluralisme en de Belgische Grondwet
Vertaling van de aanwezigheid van levensbeschouwingen in de samenleving: ondersteunende functie en ethische dossiers
De moraal en de ethiek vinden hun grondslag in levensbeschouwelijke opvattingen, gelovige of niet gelovige. Temidden van de verschillende levensbeschouwelijke opvattingen die in België voorkomen, heeft de niet-confessionele levensbeschouwing zich vooral ontwikkeld sinds de vorige eeuw en in het bijzonder in de tweede helft van de twintigste eeuw. Vrij onderzoek, verdraagzaamheid, beoordelingsvrijheid, persoonlijke verantwoordelijkheid, in staat zijn tot verzet, emancipatie, de verworvenheid van het burgerschap, eerbied voor de rechten van de mens, pluralisme … zijn de bouwstenen van die identiteit. De niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen nemen deel aan het ethisch debat en hun leden willen zin geven aan hun leven en stimuleren de geestelijke ontwikkeling en vragen daaromtrent.
Om dat ethisch debat te kunnen voeden alsook om aan eenieder die het wenst morele diensten te verlenen ingegeven door niet-confessionele waarden, maakten deze gemeenschappen aanspraak op dezelfde middelen zoals deze door de overheid aan de erkende erediensten werden toegekend.
De mens heeft behoefte om zijn plaats in het leven te vinden, om oplossingen te vinden voor de problemen die het leven hem stellen. Hierbij spelen waarden en normen een rol. Een levensbeschouwing houdt een waarden- en normenpatroon in. Normaal gezien, wanneer we geen problemen kennen, zijn we niet zo bezig met ons waardestelsel. Bij crisismomenten gaan we wel stilstaan bij deze waarden en normen. Een levensbeschouwing kan voor de zoekende mens een hulp betekenen bij zijn zoektocht naar antwoorden op diepe levensvragen. Het vormt een baken voor zijn zoeken naar een oplossing en een steun, een vorm van troost in moeilijke dagen.
Niet-confessionele morele dienstverlening is de verzamelnaam van alle activiteiten rond morele bijstand, alle zingevingsactiviteiten die vanuit humanistisch emancipatorisch perspectief de vrijzinnige gemeenschap ten goede komen en een ondersteunende functie hebben ten behoeve van deze gemeenschap. Morele dienstverlening is een individueel en een collectief gegeven.
Naar inhoud wordt de niet-confessionele morele dienstverlening ingedeeld in de algemene morele dienstverlening en de categoriale morele dienstverlening.
De algemene niet-confessionele morele dienstverlening wordt georganiseerd op territoriale basis en wordt verstrekt in de Centra Morele Dienstverlening van de Unie Vrijzinnige Verenigingen.
De categoriale niet-confessionele morele dienstverlening wordt georganiseerd op sectoriële basis. Wij noemen deze morele dienstverlening ‘categoriaal’ omdat ze op een specifieke doelgroep is afgestemd. Vrijwilligers en professionelen, verenigd in organisaties als de Stichting Morele Bijstand, de Stichting Morele Bijstand aan Gevangenen, Opvang enz. verlenen morele dienstverlening, vanuit een humanistisch-vrijzinnige levensbeschouwing, aan alle personen die hiervoor in aanmerking komen in welbepaalde sectoren. Dit zijn in het bijzonder de personen die vertoeven in ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen, in probleemgezinnen, in gevangenissen en arresthuizen, in het leger, op de luchthaven van Zaventem, in de zeevisserij …
De laïcisering van de samenleving impliceert dat wetten inzake ethische aangelegenheden de keuzevrijheid van alle burgers en de zeggenschap over het eigen leven garanderen. De Unie Vrijzinnige Verenigingen beklemtoont de noodzaak om bij de studie van ethische vraagstukken op democratische wijze het parlementaire debat ten volle te voeren.
Het standpunt dat de Unie ten aanzien van vraagstukken rond anticonceptie en abortus huldigt, spruit voort uit het respect voor het leven van ieder individu en de verantwoordelijkheid en de keuzevrijheid van de vrouw binnen het koppel m.b.t. de voortplanting. Onder kwaliteit van het leven verstaat men in het bijzonder gezondheid, die in de ruimste zin van het woord ook lichamelijke, psychische en maatschappelijke ontwikkeling omvat.
De Unie vraagt:
- om de toegang tot anticonceptiemiddelen en hormoontherapieën te bevorderen door een betere terugbetaling van de verschillende geboortebeperkende middelen;
- om een gelijkwaardige toegang voor alle vrouwen tot alle methoden van vrijwillige zwangerschapsonderbreking en een humanitaire en financiële versterking van de centra voor gezinsplanning.
De vrijzinnige gemeenschap ijverde jarenlang voor de legalisering van euthanasie. Vanuit het autonomiebeginsel en het recht op zelfbeschikking kan de goed geïnformeerde burger weloverwogen kiezen hoe hij zijn laatste levensfase wil doorbrengen. Dit impliceert naast de keuze van stoppen met of niet opstarten van levensverlengende behandelingen, meer pijnbestrijding, palliatieve zorg, ook de keuze voor euthanasie.
De Unie roept de regering op om:
- zich te verzetten tegen pogingen tot desinformatie en vervorming van de inhoud en de reikwijdte van de wet;
- de arts, die het recht heeft op gewetensvrijheid om geen euthanasie toe te passen, een doorverwijsplicht op te leggen naar een andere arts die wel bereid is euthanasie uit te voeren. Dit dient ook tijdig te gebeuren. De praktijk dat stervende mensen in de kou gelaten worden of soms nog op het allerlaatste ogenblik naar een ander ziekenhuis moeten worden overgebracht is wraakroepend, strijdig met de mensenrechten en een goede medische zorg. Aan deze praktijk moet geremedieerd worden aan de hand van een klare en ondubbelzinnige regelgeving;
- het debat aan te gaan over het lot van kinderen in deze materie en over medisch begeleide zelfdoding.
…
Verdere uitbouw interlevensbeschouwelijke dialoog en samenwerking
Aan de basis wordt reeds probleemloos samengewerkt tussen de verschillende levensbeschouwingen. Dergelijke initiatieven verdienen ondersteuning en dienen uitgebreid te worden. Ter illustratie geven we een aantal voorbeelden. Deze lijst is exemplarisch en streeft niet naar volledigheid.
In het gemeenschapsonderwijs in West-Vlaanderen namen een leerkracht niet-confessionele zedenleer en zijn collega’s godsdienst het initiatief om jaarlijks een dag van de levensbeschouwingen te organiseren voor de laatstejaars van het secundair onderwijs. Tijdens de lessen niet-confessionele zedenleer en godsdienst bestudeert men de verschillende levensbeschouwingen en bereidt men vragen voor om achteraf te stellen aan de vertegenwoordiger van een andere eredienst of de niet-confessionele levensbeschouwing. Op de dag van de levensbeschouwingen zelf trekt men naar Oostende omdat daar de verschillende levensbeschouwingen aanwezig zijn en over een gebouw beschikken. De leerlingen bezoeken de verschillende gebouwen, krijgen er uitleg van de desbetreffende vertegenwoordiger en stellen hun vragen. Op deze wijze maken de jongeren kennis met de verschillende levensbeschouwingen van hun medeleerlingen. Ze ervaren dit als positief en brengen respect op voor elkaars overtuiging.
Het Provinciaal Centrum Morele Dienstverlening Antwerpen van de Unie Vrijzinnige Verenigingen organiseerde in 2002 samen met de Werkgroep Interlevensbeschouwelijke Dialoog Antwerpen het project ‘Dialoog als brug naar de toekomst’. In het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum werd een colloquium georganiseerd. Vertegenwoordigers van zeven verschillende levensbeschouwingen kwamen samen en gingen een gesprek aan over verdraagzaam samenleven. De daarop volgende week kon men deelnemen aan ‘interfaith’bezoeken. Op verschillende data en uren konden geïnteresseerden bezoeken brengen aan levensbeschouwelijke plaatsen zoals kerken, moskeeën, boeddhistische tempel, het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum enz. Telkens bestond het ontvangstcomité uit vertegenwoordigers van diverse levensbeschouwingen. Een symbolische actie sloot het project af. Onder grote belangstelling werd aan de oever van de Schelde een menselijke ketting gevormd tussen het Zuiderterras en het Noorderterras met mensen van verschillende levensbeschouwingen. Nadien bestond de gelegenheid tot napraten en nagenieten van allerlei plezierige multiculturele dingen zoals optredens, kraampjes, hapjes …
Vanuit de vrijzinnigheid is de Unie Vrijzinnige Verenigingen altijd vragende partij geweest voor een interlevensbeschouwelijke samenwerking op basis van gemeenschappelijke waarden. We betreuren het dat tot op heden er weinig reactie gekomen is van de andere levensbeschouwingen.
De verschillende levensbeschouwingen zijn bekommerd om de humanisering van de leefvoorwaarden in het Belgische gevangeniswezen. Een interlevensbeschouwelijke werkgroep buigt zich over de organisatie van de religieuze en morele bijstand aan gedetineerden.
Op initiatief van minister Chabert richtten vertegenwoordigers van verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen te Brussel een interreligieus en levensbeschouwelijk platform op met de naam ‘Hoopvol Brussel’. Het platform wil de verstandhouding tussen de gemeenschappen in de hoofdstad bevorderen en bij conflicten ijveren voor verzoening.
Dag van de levensbeschouwingen in het laatste jaar van het secundair onderwijs
Dialoog als brug naar de toekomst
Interlevensbeschouwelijke werkgroep gevangeniswezen
Interreligieus en levensbeschouwelijk platform Brussel
Prof. dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Brand Whitlocklaan 50
1200 Sint-Lambrechts-Woluwe
tel.: 02 / 735.81.92
fax: 02 / 735.81.66
e-mail: cmd.federaal@uvv.be