Een vrijzinnig pleidooi voor de “Tobin-taks”
De politieke en economisch-financiële ontwikkeling tijdens de laatste decennia, en inzonderheid de zogenaamde globalisering, hebben geleid tot ongelijke machtsverhoudingen in de wereld.
Deze sociale ongelijkheid is, samen met de economische en culturele verschillen, de godsdienstige tegenstellingen, één van de vele lagen van de voedingsbodem, waarop conflicten en gewelddadige confrontaties gedijen.
Op deze wijze ontstaat een zeer dualistisch wereldbeeld, omdat men er niet in slaagt de conflicten te overstijgen en fanatisme de overhand krijgt.
De wereld wordt voortaan opgedeeld in rijken en armen, vriend en vijand, gelovigen en ongelovigen. De toestand in het Midden-Oosten is hiervan een schrijnend voorbeeld.
De enorme bevolkingsgroei in de Islamitische landen zorgt voor talrijke werkloze en misnoegde jongeren, die vanuit hun uitzichtloze situatie gemakkelijke recruten worden voor de fundamentalistische groepen. Bovendien is de overheid in deze landen economisch en militair afhankelijk van het rijke westen.
De sterke globalisering van de economie heeft tot gevolg dat de nationale economie beheerst wordt door trans- en supranationale financiële markten. De overheden verliezen zo hun greep op belangrijke economische beslissingen en kunnen moeilijk, zoniet geen weerwerk bieden tegen speculatie of zorgen voor een sociaal vangnet voor de zwakkeren. De derdewereldlanden gaan ten onder aan een ondraaglijke schuldenlast, waardoor de elementaire basisvoorzieningen niet meer aangeboden kunnen worden. Ook in het rijke noorden zorgt deze evolutie voor toegenomen onrust, onzekerheid en werkloosheid. Een groeiend onveiligheidsgevoel is het belangrijkste gevolg, wat op zijn beurt leidt tot een afkeer van het politieke , sociale en juridische systeem.
De “antiglobalistische” beweging, beter kritisch globalisme, vecht de te eenzijdige mondialisering aan en pleit voor een meer sociale, ecologische en democratische globalisering. Dit steunen we als vrijzinnig-humanistische democraten ten volle.
We zijn immers voorstanders van een duurzame ontwikkeling, die uiteraard in schril contrast staat met de ongebreidelde winsthonger van een speculatie-economie, die ongelijkheid, onrechtvaardigheid en een gebrek aan respect genereert. Ecologische afbouw (bijv. regenwoud), extreme sociaal-economische dualisering en wreedheid tegen mens en dier zijn de extreme gevolgen.
Om aan deze scheefgegroeide ontwikkeling een halt toe te roepen, maar eveneens om over de nodige financiële middelen te beschikken om hieraan te verhelpen, wordt er nu al jaren geijverd voor de invoering van een internationale taks door verschillende groepen en sociale bewegingen. Het idee voor een dergelijke taks werd in 1972 door de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar (1981) James Tobin gelanceerd. De heffing betreft een belasting op wisseltransacties en heeft als doel de internationale speculatie in te dijken. De opbrengst van deze belasting zou dan bestemd zijn voor een sociale correctie waarmee een aantal noden op wereldvlak kunnen gelenigd worden.
Deze noden gaan gepaard met steeds dezelfde schrijnende arbeidsvoorwaarden: lange werkdagen, kinderarbeid, militair management, onleefbare lonen, afwezigheid van vakbonden en sociale zekerheid, denigrerend kettingwerk, gedwongen en onbetaald overwerk.
Deze ontmenselijking heeft vele gestalten: in het rijke noorden wordt dit vertaald in een geestdodende commercialisering en een wegwerpconsumentisme.
Als vrijzinnige humanisten pleiten we, samen met de kritisch globalisten, voor een duurzame ontwikkeling. De voedselvoorziening, de beschikbaarheid van drinkbaar water, de energie, de toekomst van het milieu, de gezondheidszorg en het onderwijs zijn immers belangrijke factoren om tot een rechtvaardiger verdeling van de rijkdom op wereldvlak te komen.
Ook de enorme schuldenbergen, waaronder de meeste arme landen gebukt gaan, verhinderen de meest elementaire ontwikkeling en dit als een gevolg van het beleid van het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank.
Het beleid dat deze instellingen voeren vertrekt teveel van een eenzijdige marktvisie, die niet meer, maar integendeel minder rechtvaardigheid en meer ontmenselijking genereert voor het armste deel van de wereldbevolking.
Een dergelijk beleid staat haaks op de humanistische en vrijzinnige idealen van gelijke kansen beleid en wereldburgerschap. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat de invoering van een ‘Tobin-taks’ zal bijdragen tot meer stabiliteit. Het reduceren van de financiële speculatie zal immers een enorme stap voorwaarts betekenen in de strijd tegen de armoede, de werkloosheid, de afbouw van sociale voorzieningen en de ongelijkheid. Deze onrechtvaardigheden vormen een permanente voedingsbodem voor conflicten, die leiden tot gewelddadige en extremistische uitbarstingen. Deze bedreigen de mondiale samenleving en resulteren in een onaanvaardbare ontmenselijking. Via de Tobin-taks en de meer duurzame ontwikkeling moeten we als niet-confessionele gemeenschap blijven vechten voor een meer menselijke wereld, waarin gelijkheid voor ieder op elk gebied zal heersen.
Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Dit opiniestuk verscheen in de toenmalige Financieel Economische Tijd