Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Een vrijzinnig standpunt over pluralistisch onderwijs

Een vrijzinnig standpunt over pluralistisch onderwijs

Als vrijzinnige sta ik ten volle achter het evidente pleidooi voor meer gelijke kansen in het onderwijs, dat SP.A voorzitter Patrick Janssens hield tijdens zijn nieuwjaarsspeech voor zijn partij. Dat de discussie over het pluralisme in het onderwijs daarbij afgedaan werd als een achterhoedegevecht om een uurtje zedenleer in vrije scholen kan ik evenwel niet volgen. Het is immers niet omdat men een pleidooi houdt voor een terechte eis of bekommernis, in casu een gelijkekansenbeleid voor alle leerlingen, dat een andere bekommernis, als meer pluralisme in ons onderwijs, onterecht zou zijn.
Vooraf wil ik duidelijk stellen dat de vrijzinnige gemeenschap geen vragende partij is, in deze aangelegenheid. We vragen niet dat het katholieke onderwijs niet-confessionele zedenleer of een andere levensbeschouwing aanbiedt. Wij respecteren immers de vrijheid van onderwijs. Wie morgen met een specifiek pedagogisch project onderwijs wil verstrekken en daarbij aan de wettelijke vereisten voldoet, mag dat van ons. Of de overheid elk onderwijs financieel moet dragen, is echter een andere zaak.

Een aantekening dient wel gemaakt, wanneer een pedagogisch project uitsluiting van sommige categorieën van leerlingen genereert dan past dit niet binnen een vrijzinnig waardenkader. Sommige vrije scholen voeren de facto een uitsluitingsbeleid, want bepaalde mensen worden uitgesloten. Ze kunnen derhalve als elitair worden beschouwd. De vraag over welke elite het dan gaat blijft open. Een intellectuele elite? Of wellicht een sociaal-economische elite? We kunnen de vraag stellen of men een beter mens wordt, wanneer men alleen met gelijkgestemden en ‘gelijksoortigen’ omgaat? Heeft een recente studie niet uitgewezen dat de zogenaamde sociale ‘vermenging’ steeds kleiner wordt? Wordt daarmee onze wereld ‘tout court’ niet kleiner?

De VLD-voorzitter Karel De Gucht pleit voor een pluralistisch project, waarbij vrije scholen de kans krijgen om open en pluralistisch te worden, waarbij binnen dat pedagogisch project aandacht besteed wordt aan de verschillende levensbeschouwingen.
Dat de grotere financiering van het onderwijs daarbij afhankelijk wordt gemaakt van een pluralistisch pedagogisch project juich ik alleen maar toe. Scholen moeten weliswaar eigen klemtonen kunnen leggen en uitgangspunten bezigen maar moeten toch de pluralistische samenleving eerbiedigen.

De huidige onderwijsdiscussie is ongetwijfeld verbonden met de profileringsdrang van politieke partijen. De vaststelling dat onderwijs de helft van het Vlaamse budget opslorpt zal ook niet vreemd zijn aan de opflakkering van de actuele discussie. Ik meen evenwel dat het onderwijsterrein wellicht een te groot mijnenveld is om daar ongestoord in te kunnen scoren. Wie het gemeenschapsonderwijs als het zwakke broertje van ons onderwijsbestel karakteriseert, geeft een ezelsstamp aan de vele overtuigde en van veel inzet getuigende leerkrachten uit dat onderwijs. Per slot van rekening zijn zij het die een school zonder uitsluiting realiseren. Zij geven de leerlingen in de dagelijkse schoolrealiteit de mogelijkheid om in contact komen met een werkelijke doorsnede van de bevolking: armen en rijken, allochtonen en autochtonen, katholieken, islamieten, vrijzinnigen en andere levensbeschouwingen.

Netoverschrijding, netvervaging, vrijekeuzeschool, het zijn allemaal termen die verwijzen naar de mogelijkheid die in Vlaanderen ooit heeft bestaan om pluralistische eenheidsscholen op te richten. Vandaag schijnt niemand in Vlaanderen nog te durven pleiten voor deze school waar iedereen terecht kan. Het is vreemd dat wie een synthese poogt te maken van een gelijke kansen beleid en de vraag naar pluralistisch onderwijs daar nog niet is bij aanbeland.
Het onderwijsdebat gaat voor de vrijzinnigen te weinig over het concrete aanbod. Waar wij wensen op toe te zien is dat iedere leerling binnen zijn regio het onderwijs van zijn keuze kan volgen. Ook dat is een onderdeel van gelijke kansen. Wanneer deze mogelijkheid beknot wordt ten voordele van het vrij onderwijs dan gaat de gemeenschap voorbij aan een van haar hoofdtaken , namelijk het verstrekken van onderwijs dat toegankelijk is voor iedereen.

Dat wij als vrijzinnigen de voorkeur geven aan het gemeenschapsonderwijs hoeft niet te verbazen: een pluralistisch pedagogisch project waarbij waarden als gelijkheid en solidariteit, met respect voor andersdenkenden, centraal staan is een emanatie van ons gedachtegoed en de geschikte voedingsbodem voor een opvoeding tot volwaardig burgerschap.
Het is vanuit deze overtuiging, maar ook vanuit deze bekommernis dat de cursus zedenleer ons nauw aan het hart ligt. In de vele discussies omtrent het vak en de eventuele vervangende invoering van meer algemene vakken zoals cultuurbeschouwing, geschiedenis der godsdiensten of filosofie, hebben wij steeds het vak niet-confessionele zedenleer verdedigd, zonder evenwel de bijkomende invoering van dergelijke vakken negatief te adviseren.

Ook vandaag staan wij voor de volle 100% achter deze cursus, die geenszins een opvulvak is voor ideologische scherpslijpers die achterhoedegevechten zouden voeren. Integendeel, het vak beoogt het stimuleren van het vrije denken in een geest van vrij onderzoek. Wie dit vandaag als een overbodige bijkomstigheid beschouwt, toont voornamelijk de eigen intellectuele armoede of, wat nog veel erger zou zijn, de eigen kritiekloze onverschilligheid van het non-engagement.
Het is daarom dat wij kiezen voor een onderwijs waar iedereen terecht kan en waar de leerling kan kiezen voor het vak niet-confessionele zedenleer. Indien alle scholen in deze richting zouden evolueren, vinden we dat prachtig.

Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen.

Dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Standaard

Bookmark and Share

  PrintPrint milieuvriendelijk

 

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen