Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken En wanneer is het de beurt aan vrijzinnigen

En wanneer is het de beurt aan vrijzinnigen

Hoe voorkom je als burgemeester dat Franstaligen in je gemeente komen wonen? Je vraagt bouwpromotoren een lijst met potentiële kopers door te geven en je gaat na of de mensen op de lijst bereid zijn om Nederlands te leren. Is dit niet het geval dan verzoek je de bouwpromotoren om andere kopers te zoeken. Een win-winsituatie waarvan beide partijen beter worden: de burgemeester behoudt het Vlaamse karakter van zijn gemeente en de bouwpromotor krijgt het contract als dank voor bewezen diensten. Dit is kort samengevat wat er zich volgens de Panorama-reportage van zondag 4 april afspeelt in de Vlaamse gemeenten in de rand rond Brussel.

Verschillende politici uitten de afgelopen dagen hun afkeuring over dergelijke praktijken. “Illegaal”, “ongrondwettelijk”, “schending van de privacy” en “racistisch”, klonk het. Zelfs van het argument dat het niet gaat om formele maar om informele afspraken maakt Johan Van de Lanotte brandhout in het radioprogramma De ochtend: “Een gemeentebestuur moet in de openbaarheid werken. Ze mag geen informele afspraken maken want ze moet democratisch gecontroleerd worden via de gemeenteraad. Dat is toch essentieel.”

De afspraken tussen het gemeentebestuur en de bouwpromotoren zijn strijdig met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Want zo zegt dit artikel: “Iedereen heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” Het kopen van een woning kan dus onmogelijk afhankelijk gemaakt worden van het al dan niet spreken van een taal, als hier geen wettelijke basis voor is.

Maar los van deze wettelijke overwegingen is het belangrijker zich af te vragen of deze gang van zaken wel wenselijk is. Opnieuw luidt het antwoord volmondig: “nee”. Waarom? Omdat het een democratische en open samenleving onwaardig is. We leven in een wereld waarin de mobiliteit van mensen de laatste jaren enorm is toegenomen. Voor wie gelooft in een interculturele en diverse samenleving is deze mobiliteit een toegevoegde waarde. Zich openstellen voor anderen en andersdenkenden is een must wil een samenleving zichzelf democratisch en pluralistisch kunnen noemen. Als we vandaag bepaalde mensen uit de huizenmarkt weren omdat ze een taal niet spreken, wat is dan de volgende stap? Gaan we dan ook opnieuw vrijzinnigen marginaliseren omdat we het katholieke karakter van Vlaanderen willen restaureren? Gaan we dan ook opnieuw bepaalde politieke overtuigingen de kop indrukken omdat ze eenvoudigweg niet stroken met deze van een bepaalde groep andersdenkenden?

Ooit zei de Duitse lutherse theoloog en verzetsstrijder Martin Niemöller: “Toen de nazi’s de communisten arresteerden heb ik gezwegen; Ik was immers geen communist. Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten heb ik gezwegen; Ik was immers geen sociaaldemocraat. Toen ze de syndicalisten kwamen halen heb ik gezwegen; Ik was immers geen syndicalist. Toen ze de Joden opsloten heb ik gezwegen; Ik was immers geen Jood. Toen ze de katholieken arresteerden heb ik gezwegen; Ik was immers geen katholiek. Toen ze mij kwamen halen...was er niemand meer die nog kon protesteren.”

Welnu, ik zeg vandaag: wanneer sommigen de Franstaligen uit de Vlaamse rand rond Brussel weren, moeten we spreken. Al was het maar om tegen te gaan dat dit de voorbode is van veel erger.

Devuyst Luc
erevoorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Dit opiniestuk verscheen op De Redactie en in De Morgen

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen