Euthanasie is een mensenrecht!
Begin 2000 bracht het Franse «Comité Consultatif National d’Ethique pour les sciences de la vie et de la santé», na twee weigeringen, een genuanceerd advies uit inzake het levenseinde, levensbeëindiging en euthanasie, waarin solidariteit en medelijden als basis dienen.
Op 28 november 2000 keurde de Nederlandse Tweede Kamer met 104 tegen 40 stemmen een wet goed die euthanasie legaliseert. De nieuwe wet schept rechtszekerheid en moreel houvast voor de arts en de patiënt. Artsen die zich houden aan strikte voorwaarden bij de behandeling van een verzoek om levensbeëindiging moeten niet langer vrezen als een misdadiger te worden bestempeld. Zij kunnen voortaan deze ultieme hulpverlening integreren in een model van integrale palliatieve zorg die optimale kwaliteit van de zorg aan het levenseinde van patiënten kan nastreven. Er zijn niet langer belemmeringen voor een open dialoog rond het levenseinde tussen zorgverstrekkers, patiënten en hun familie. Nederland wordt aldus het eerste land met een humanistische benadering van het levenseinde van ondraaglijk lijdende medemensen. De inkt van de nieuwe wet was nog niet opgedroogd of het Vaticaan veroordeelde Nederland als eerste land in de wereld waar doden van een patiënt uit mededogen officieel wordt toegelaten. Rome ontzegt daarmee niet alleen de andersdenkende het recht op een menswaardig sterven, maar ontneemt hem ook het recht op een fundamenteel mensenrecht, namelijk mensen in zeer grote nood niet aan hun lot overlaten, maar op een menswaardige en medisch verantwoorde manier hulp bieden bij hun stervensproces. Omdat een verzoek om euthanasie in de medische praktijk niet in de eerste plaats een abstract onderwerp is, maar een uniek individu betreft, dreigt het politieke debat over deze gevoelige kwestie wel eens deze patiënt en medemens uit het oog te verliezen . De langdurige politiek ideologische debatten in de Senaat dreigen te verzanden in oeverloze discussies tussen voor- en tegenstanders over weliswaar fundamentele waarden, doch los van de dwingende realiteit van het ziekenbed met daarin een mens die verschrikkelijk, uitzichtloos en ondraaglijk lijdt, die reeds afscheid heeft genomen van zijn familie en omgeving en voor wie het leven al voorbij is. Het enige wat hem/haar nog rest, is de hoop op een snel, pijnloos en waardig overlijden. Waardig, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn naaste familie en vrienden.
Sinds de publicatie van het VUB-RUG onderzoek in het gezaghebbende internationale tijdschrift The Lancet bestaat voortaan geen discussie meer over het voorkomen van euthanasie en andere vormen van levensbeëindiging in de medische praktijkvoering in ons land. De onderzoeksresultaten tonen niet alleen aan dat het levenseinde in onze samenleving sterk gemedicaliseerd is, maar evenzeer dat artsen op grote schaal op actieve wijze ingrijpen in het levenseinde van patiënten. De cijfers spreken voor zich : 39% van alle overlijdens in Vlaanderen wordt voorafgegaan door één of andere medische beslissing met een mogelijk levensbeëindigend effect, 19% van alle overlijdens in Vlaanderen wordt voorafgegaan door één of andere medische beslissing waarbij de arts de intentie heeft om het leven van de patiënt te verkorten, en bij 4,4% van alle overlijdens werden aan de patiënten letale middelen toegediend of verstrekt. Volgens de schattingen van de onderzoekers worden in de medische wereld in Vlaanderen jaarlijks meer dan 5.700 patiënten actief uit hun lijden verlost op medisch geassisteerde wijze. Omdat uit Nederlands onderzoek bekend is dat slechts een beperkt aantal verzoeken om euthanasie wordt gehonoreerd door de artsen, mogen we aannemen dat er nog eens een veelvoud van zorgverstrekkers en familieleden geconfronteerd worden met een verzoek om euthanasie. Een maatschappij die blind is voor een dergelijke medische realiteit zet niet alleen de deur open voor misbruiken aan het levenseinde van patiënten, doch ontneemt de medische zorgverstrekkers de mogelijkheid om deze zorg openlijk, in breed overleg en kwaliteitsvol te verstrekken. Zolang euthanasie en andere vormen van zorg aan het levenseinde onbespreekbaar en illegaal zijn, kunnen zij b.v. niet worden opgenomen in het curriculum van de medische en paramedische opleidingen, of kunnen de artsen hierover postacademische vorming krijgen. Bovendien kunnen er geen duidelijke richtlijnen of standaarden worden opgesteld door de betrokken beroepsgroepen. Samengevat : de individuele zorgverstrekker die geconfronteerd wordt met een verzoek om euthanasie wordt aan zijn lot overgelaten. De betrokken arts en/of verpleegkundige kan immers uit angst voor criminalisering geen collega consulteren, laat staan dit geval openlijk bespreken op een bijeenkomst van een lokale of regionale beroepskring. Kortom, de kwaliteit van de zorg aan het levenseinde van patiënten in onze samenleving is en kan niet worden gewaarborgd. Verder blijkt uit hoger vermeld VUB-RUG onderzoek dat er een belangrijke mate van sociale ongelijkheid bestaat aan het levenseinde van patiënten. Hoger opgeleide patiënten hebben wel toegang tot euthanasie en hulp bij zelfdoding in een open dialoog met hun arts, terwijl de lager geschoolde patiënten meestal onwetend eerder een passievere vorm van levensbeëindiging ondergaan.
Wij hebben veel vertrouwen in het democratisch functioneren van de politieke instellingen in ons land. We hopen dat zij in de aanslepende discussie over de legalisering van euthanasie de kwaliteit van het levenseinde en dus de kwaliteit van het leven van terminale medemensen niet uit het oog verliezen. Om die menselijkheid is het immers allemaal begonnen. Euthanasie betekent immers niet meer of minder dan een “goede dood” en omvat in de ruimste zin alles wat kan dienen om een medemens een goede dood te laten sterven. Het was deze gedachte die Dr. Pieter Admiraal reeds in 1974 voor ogen had toen hij als eerste arts anaesthesist in Nederland in het Katholieke ziekenhuis in Delft een euthanasiebeleid uitbouwde. Voor elke terminale patiënt werd er in dit Delftse ziekenhuis een stervensbegleidingsteam opgericht, bestaande uit de hoofdverpleegkundige, de behandelende arts en de geestelijke consulent (katholieke pastor, protestantse dominee en later ook lekenconsulent). Niettegenstaande alle zorg die de medische wetenschap toen kon bieden, bleek dat niet bij iedere patiënt het lijden draaglijk kon worden gemaakt en dat het voor de zorgverstrekkers niet gemakkelijk was om te erkennen dat hun zorg tekortschoot. Gelukkig waren alle zorgverstrekkers het erover eens dat er patiënten zijn waarbij ondanks alles het lijden, maar ook het leven, ondraaglijk blijft. Omdat toen over euthanasie nauwelijks een openbare discussie bestond, kwam het in dit ziekenhuis vanaf dan openlijk ter sprake als allerlaatste vorm van terminale zorg (het begrip palliatieve zorg bestond nog niet). Pieter Admiraal gebruikt in zijn boek « Euthanasie en de Eed van Hippocrates » (1998) met nadruk het woord openlijk, omdat – net zoals vandaag nog blijkt in ons land – euthanasie al lang werd toegepast, stiekem zonder overleg met de patiënt of met de familie, en slechts met medeweten van een enkeling die de dosis morfine drastisch verhoogt. Een euthanasiebeleid gaat dus niet om het al dan niet levensbeëindigend handelen in de medische praktijk, maar om open en eerlijk overleg te voeren met alle betrokkenen en alleen op verzoek van de patiënt zelf een milde dood te verstrekken. In het Delftse ziekenhuis worden patiënten nu al meer dan 25 jaar op deze humane wijze begeleid bij het sterven, waarbij alle zorgverstrekkers (inclusief de geestelijke consulenten) op voorwaarde van volledige consensus en bijgevolg gedeelde verantwoordelijkheid participeren aan deze ultieme daad van menselijkheid. Is het zo moeilijk voor onze Belgische wetgever om vast te leggen wat er onder euthanasie verstaan moet worden en aan welke wettelijke criteria euthanasie moet voldoen om gedepenaliseerd te worden zodat de betrokkenen niet als misdadigers worden beschouwd? Een zekerheid heeft de wetgever altijd : terminaal zieke medemensen sterven dagelijks, alleen blijft de vraag in welke omstandigheden !
Om die reden smeken we om een snelle afkondiging van een goede wet, die mogelijk maakt onder vastgelegde voorwaarden hulp te bieden, zodat een menswaardig sterven mogelijk wordt.
Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen