Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Euthanasie uit de taboesfeer

Euthanasie uit de taboesfeer

De Spaanse film ‘Mar adentro’ vertelt het waargebeurde verhaal van de totaal verlamde Ramon Sampedro, die in 1998 zelfmoord pleegde na jarenlang om euthanasie gevraagd te hebben. Deze film wordt ook vertoond in de Belgische zalen. Naar aanleiding hiervan schreef Marc Desmet een opiniestuk ‘De blinde vlek die euthanasie heet’ in De Standaard van 2 februari 2005.

Het kiezen voor euthanasie vormt een weloverwogen keuze van een individu, die goed geïnformeerd beslist om uit het leven te stappen omdat het lijden voor hem ondraagbaar is geworden.

Wanneer men euthanasie uitvoert dan stelt men de keuze niet in vraag van de patiënten die bewust niet voor euthanasie kiezen. Vertrekkend vanuit het zelfbeschikkingsrecht is het de lijdende mens die zelf zijn of haar keuze maakt bij het levenseinde. De ene persoon zal kiezen voor euthanasie, de andere zal dat niet vragen en opteren voor bijvoorbeeld palliatieve zorg. De mogelijkheid om conform de strikte voorwaarden van de euthanasiewet te kiezen voor euthanasie tast het draagvlak van de zieke lotgenoten niet aan.
Als maatschappij hebben we de plicht zorg te dragen voor een optimale opvang van de burgers bij het levenseinde. Vandaar dat op dezelfde dag de euthanasiewet en de wet betreffende de palliatieve zorg in het parlement goedgekeurd werden. Het staat buiten discussie dat de nodige middelen voor palliatieve zorg beschikbaar moeten zijn.

Euthanasie mag en zal nooit een ‘routinegebeuren’ worden. Het betreft immers een zeer ingrijpende daad waarbij telkens weer de zorgvuldigheidscriteria van de wet dienen te worden nageleefd. Een ruime meerderheid van de bevolking staat achter het recht op euthanasie. Dit bleek uit opiniepeilingen voor de stemming van de wet maar ook uit een recent onderzoek dat door TNS Dimarso uitgevoerd werd in 2004 in opdracht van de vereniging Recht op Waardig Sterven. Uit deze enquête in Vlaanderen blijkt dat de bevolking de euthanasiewet wil uitbreiden naar minderjarigen en dementerenden toe.

Het kan niet de bedoeling zijn om ‘euthanasiespecialisten’ te creëren. Alle artsen dienen een opleiding te krijgen om euthanasie oordeelkundig en zo humaan mogelijk uit te voeren. Uiteraard heeft elke arts gewetensvrijheid en kan hij weigeren om euthanasie uit te voeren. In dit geval heeft hij echter de plicht om de lijdende mens door te verwijzen naar een confrater die wel bereid is om in te gaan op de euthanasievraag. Hierbij is het belangrijk dat de patiënt niet aan het lijntje wordt gehouden en dat bij weigering er vlot een doorverwijzing gebeurt. Hierbij is het ook belangrijk dat mensen de mogelijkheid krijgen om te overlijden in hun vertrouwde omgeving. Het is dan ook hoopgevend dat tal van huisartsen het LevensEindeInformatieForum blijken te vervoegen. Deze LEIFartsen kunnen fungeren als tweede (of derde) te raadplegen arts bij een euthanasievraag. De LEIFartsen leveren steun en advies bij een vraag naar euthanasie bij een collega maar voeren de euthanasie principieel niet zelf uit. Huisartsen kunnen alzo bij andere huisartsen terecht om problemen rond het levenseinde te bespreken.

Het is niet onmenselijk en belastend voor een maatschappij om mensen het recht op een euthanasie(vraag) te geven, al dan niet via een wilsverklaring. De vraag tot euthanasie wordt nooit lichtzinnig gesteld maar vormt vaak het eindpunt van een lange lijdensweg. De wet haalde de euthanasiepraktijk uit de illegaliteit. Als pluralistische maatschappij hebben we de plicht om de lijdende mens die opteert voor euthanasie ernstig te nemen en hem de mogelijkheid te bieden om aan zijn keuze te voldoen in optimale omstandigheden.

De vrees voor mogelijke misbruiken lijkt ons onterecht. Uit het eerste verslag van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie blijkt dat de artsen nauwgezet de zorgvuldigheidscriteria van de euthanasiewet naleven. Het verwijzen naar de excessen van WO II lijkt mij intellectueel niet eerlijk. Het ‘euthanasieprogramma’ van de nazi’s had niets te maken met de vraag tot levensbeëindiging op verzoek van de patiënt zoals beschreven in de euthanasiewet van 28 mei 2002, maar kan men beschouwen als brute moord op tal van zwakkere groepen in de toenmalige samenleving.

Gesprekken over euthanasie zijn niet gemakkelijk en behoren tot de moeilijkste dialogen in een mensenleven. Gesprekken over euthanasie worden spijtig genoeg soms uitgesteld of uit de weg gegaan of vinden soms plaats wanneer de personen reeds erg verzwakt zijn. Ik wil hier dan ook een pleidooi houden om als individu reeds voor het optreden van levensbedreigende situaties stil te staan bij wat onze wensen zijn als bepaalde situaties zich zouden voordoen. Het is belangrijk dit gesprek te voeren met onze geliefden en naasten, zodat we op de hoogte zijn van elkaars wensen en elkaar beter kunnen ondersteunen tijdens deze moeilijke levensfase. Ook dienen we deze dialoog te voeren met onze artsen. De behandelende geneesheren hebben de plicht om ons ook conform de wet betreffende de rechten van de patiënt goed te informeren zodat we dan weloverwogen onze beslissingen kunnen nemen.
Het opstellen van een wilsverklaring betreffende euthanasie verplicht ons tot nadenken over onze wensen betreffende het levenseinde en vormt een aanknooppunt voor een gesprek met onze familie en huisarts.

Ik verkies dan ook euthanasie in het volle licht te plaatsen om het alzo volledig uit de taboesfeer te halen en het bespreekbaar te maken voor iedereen. Bij het levenseinde kunnen verschillende keuzes genomen worden. Belangrijk is hierbij dat iedereen zijn eigen keuze kan maken en respect heeft voor de beslissingen van iemand anders. Op deze manier gaan we op een verdraagzame manier om met de ultieme wilsuitingen van onze medeburgers. Iedereen beleeft zijn eigen lijden en stelt zijn eigen grenzen.

Prof. dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Plaatsvervangend lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie

Bookmark and Share

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen