Gedwongen tijdelijke anticonceptie als alternatieve sanctie?
Naar aanleiding van het assisenproces te Antwerpen rond baby Xena, een schrijnend geval van kindermishandeling met de dood van het kindje als gevolg, vindt VLD-senator Patrik Vankrunkelsven dat de rechter mensen die hun kinderen mishandelen anticonceptie moet aanpraten als alternatieve straf. De ouders van Xena waren al eens uit de ouderlijke macht ontzet omwille van de verwaarlozing van een ouder kind.
Deze zaak roept heel wat emoties op bij iedereen. Als burgers kunnen we niet onverschillig staan t.o.v. dergelijke feiten van mishandeling. Kindermishandeling kan niet getolereerd worden in onze maatschappij. Het is onze plicht op te komen voor de zwakkeren in onze samenleving, dus ook voor de betrokken kinderen die het slachtoffer worden van wie ze geacht worden ondersteuning en verzorging te krijgen.
Kan een gedwongen anticonceptie een oplossing bieden? Kan een rechter een maatregel van tijdelijke anticonceptie opleggen aan een vrouw? Het betreft een complex probleem dat een ruim debat vereist. Vandaag kan men deze vraag niet eenduidig beantwoorden. Het opleggen van anticonceptie als straf botst met het recht op fysieke integriteit van de vrouw en bijgevolg met de rechten van de mens want grijpt in in de intieme privé-sfeer.
Welke criteria zouden moeten bepaald worden? Vanaf wanneer zou een vrouw in aanmerking komen voor deze maatregel? Hoe zal men het controleren? Kan de rechter anticonceptie als probatievoorwaarde opleggen?
Gedwongen sterilisatie, wat onomkeerbaar is, is niet bespreekbaar, ook niet voor senator Patrik Vankrunkelsven.
Het opleggen van een strafmaatregel, in het bijzonder de vrijheidsberoving betekent echter ook een ernstige ingreep in het privé-leven van de dader. Ook op andere momenten wordt er ingegrepen in onze privé-sfeer. Denken we maar aan de screening die de (pleeg)ouders moeten ondergaan als ze willen fungeren als pleeggezin of wanneer ze kinderen willen adopteren. We aanvaarden hier dat een aantal experts uit de welzijnssector de geschiktheid toetsen om kinderen op te voeden. Wanneer zware feiten van kindermishandeling vastgesteld worden kan de vraag gesteld worden of in dit geval ook niet zou kunnen geëist worden dat deze mensen op analoge wijze een screening zouden ondergaan alvorens opnieuw kinderen te krijgen. Een rechter zou dan eventueel een tijdelijke anticonceptie kunnen opleggen.
Zwaarwichtige feiten van de herhaalde zware mishandeling, met soms de dood als gevolg, mogen we niet negeren. Wat met de kinderen die in gevaar verkeren? Wat met hun kinderrechten? Zij kunnen er zelf niet voor opkomen gezien hun soms zeer jeugdige leeftijd. Deze verantwoordelijkheid kunnen en mogen we niet uit de weg gaan.
Ik pleit ervoor om meer middelen beschikbaar te stellen voor de hulpverlening en de preventie. Hulpverleners staan soms ook machteloos als ze van de betrokken ouders totaal geen medewerking krijgen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de thuisverpleegkundigen van Kind en Gezin die geen toegang krijgen tot het kind. Bij problematische opvoedingssituaties proberen de consulenten, de maatschappelijk werkers van het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg in samenspraak met de ouders op vrijwillige basis een hulpverleningsplan op te stellen. Wanneer de medewerking echter geweigerd wordt, kunnen de consulenten niet verder. Ze kunnen de ouders immers niets opleggen. Ze zijn dan verplicht zich te richten tot de bemiddelingscommissie om ofwel alsnog een hulpverleningsproces op vrijwillige basis met de ouders op te starten of via de bemiddelingscommissie de zaak te laten doorverwijzen naar het gerecht om noodzakelijke tussenkomsten af te dwingen. Dit vraagt echter soms veel tijd terwijl de nood ondertussen hoog is. In het geval van Xena kwam de geplande vergadering van de bemiddelingscommissie helaas te laat.
Binnen de welzijnssector vervullen de vertrouwensartscentra als gespecialiseerde centra een belangrijke rol bij de hulpverlening in geval van kindermishandeling. Misschien moeten zij nog sneller ingeschakeld worden en meer middelen krijgen. De hulpverlener of het individu kunnen snel gevallen van kindermishandeling melden aan het vertrouwensartscentrum, dat werkt met een multidisciplinair team. Dit centrum maakt de mishandeling bespreekbaar met de ouders/plegers en start de hulpverlening op. Hierbij staat de veiligheid van het kind op de eerste plaats. Met het hele team wordt bekeken welke interventies er nodig zijn in het gezin. Het kind kan bijvoorbeeld opgenomen worden in een ziekenhuis; eventueel dient de mishandelende ouder het huis te verlaten. De teamleden hebben een medisch beroepsgeheim. Elke provincie beschikt over één centrum met de naam Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. De adressen kan men vinden via de website www.kindermishandeling.org
We besluiten. Kindermishandeling belangt ons allen aan. Ons inziens is nog meer preventie nodig. Een goed uitgebouwde hulpverlening van vertrouwensartscentra kan een gerechtelijke tussenkomst in veel gevallen voorkomen. Daartoe worden best meer middelen voorzien om het hulpverleningsnetwerk fijnmaziger te maken zodat in de toekomst drama’s zoals met Xena kunnen vermeden worden. Ouders moeten hun verantwoordelijkheid opnemen en zorgen voor een veilige omgeving voor hun kinderen.
Het is goed dat Patrik Vankrunkelsven naar aanleiding van deze zaak het debat wenst. Het verplicht ons om stil te staan bij deze problemen en te zoeken naar een oplossing waarbij de veiligheid van de kinderen en de mensenrechten gegarandeerd worden.
Prof.dr.Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen