Gelijkheid tussen de levensbeschouwingen: nog steeds een na te streven ideaal!
Het CVP-voorstel om het burgerlijk en het kerkelijk huwelijk los te koppelen, gesteund op de scheiding van kerk en staat (DM 26 februari 2001) steunen we volmondig op voorwaarde dat het kerkelijk huwelijk geen enkele burgerrechtelijke gevolgen impliceert en de kerkelijk gehuwden als burgerlijk samenwonenden worden beschouwd. We wijzen evenwel elk verwijt van revanchisme af want we vragen eenvoudig een gelijkheid tussen de erkende levensbeschouwingen.
We hopen dat de CVP even consequent handelt inzake andere aspecten van dit principe en het debat mee ten gronde voert, vertrekkende van deze principiële stellingname.
We lichten onze visie op deze materie graag toe, daar de Unie Vrijzinnige Verenigingen reeds lang pleit voor een daadwerkelijke uitvoering van dit grondwettelijke beginsel.
De scheiding van kerk en staat houdt drie fundamentele principes in. Een eerste principe bevat de niet-inmenging van de kerk in staatsaangelegenheden.
Een tweede betreft de niet-inmenging van de staat in de aangelegenheid van de kerk of een levensbeschouwing. De overheid mag zich derhalve niet moeien met de interne keuken van de kerk, bijvoorbeeld inzake aanstellingen van de bedienaars van de eredienst, de interne organisatie, haar ethische standpunten.
Tenslotte houdt een derde principe in dat de autonomie van elk individu aangaande de religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging en de beleving ervan verzekerd wordt.
Vooral het eerste principe wordt algemeen met de voeten getreden zodat het derde criterium moeilijk kan gerealiseerd worden.
In ons land komt de katholieke kerk ondanks een sterke leegloop in de laatste decennia – iets meer dan 10% is nog praktiserend, andere zijn eerder seizoenskatholieken of katholieken op wielen geworden, die bij geboorte of overlijden nog een beroep doen op de katholieke rituelen – tussen in staatsaangelegenheden. Kruisbeelden veroorzaken regelmatig problemen in het stemlokaal of in de gerechtsgebouwen omdat ze symbolen zijn van één godsdienst. Het Te Deum bewijst telkens weer de verstrengeling van één godsdienst met de wereldlijke overheid. Bij officiële ontvangsten, zoals de nieuwjaarsreceptie voor de diplomatieke vertegenwoordigers en de binnenlandse gestelde lichamen, krijgen de apostolische nuntius en de Belgische kardinaal een voorkeursbehandeling van het Belgische vorstenhuis, terwijl de verkozen voorzitters van Kamer en Senaat slechts op de tweede plaats komen.
Internationaal mengt de katholieke kerk zich eveneens in staatsaangelegenheden.
Zo kon de paus tijdens zijn laatste bezoek aan ons land ongestraft de strafwet overtreden en tijdens de uitvoering van de eredienst een politiek standpunt vertolken. Diezelfde paus ontvangt zonder enige terughoudendheid Haider, de Oostenrijkse sympathisant van nazistische idealen, waardoor hij (on)rechtstreeks een groter serieux geeft aan deze demagoog.
Het Vaticaan en of de Heilige Stoel heeft bovendien een bevoorrechte positie in de internationale betrekkingen. De Heilige Stoel is waarnemer bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en is volwaardig lid van alle VN-organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie. De Heilige Stoel is ook vertegenwoordigd in de Raad van Europa en bezit ambassades in de meeste staten.
De katholieke kerk gebruikt deze politieke kanalen om aan godsdienst te doen en haar ethische standpunten over seksualiteit, anticonceptie, abortus, vrouwenrechten enz. door te drukken. Door haar extremistische standpunten wordt de besluitvorming in de internationale overlegorganen enorm vertraagd of zelfs verhinderd.
Daar de Verenigde Naties volgens een consensusmodel fungeert, kan de katholieke kerk immers meestal haar stempel drukken op het uiteindelijke resultaat. Dit heeft in sommige materies rampzalige gevolgen, en leidt tot honderdduizenden slachtoffers.
Zo verwerpt het Vaticaan onder alle omstandigheden het gebruik van een condoom als strijdig met de absolute waardigheid van de menselijke persoon. De kerk verwerpt daarom het condoom als preventief middel tegen aids. Dit is dramatisch voor de Derde Wereldlanden, waar een aids-catastrofe zich aankondigt.
De oerconservatieve opvattingen van het Vaticaan aangaande de rechten van de vrouw hebben tot gevolg dat enkele fundamentele vrouwenrechten, zoals het recht op abortus en het recht op veilige zwangerschap, niet (effectief) uitgeoefend kunnen worden.
Zo weigerde het Vaticaan in 1979 het antidiscriminatieverdrag, dat alle vormen van discriminatie van vrouwen verbiedt, te tekenen. In 2000 werd dit verdrag aangevuld met een protocol, waardoor vrouwen klachten over discriminatie en seksueel misbruik rechtstreeks kunnen voorleggen aan de Verenigde Naties. Ook dit protocol stuitte op het verzet van de Heilige Stoel.
De Unie Vrijzinnige Verenigingen heeft steeds gepleit voor een gelijkberechtiging van alle religies en levensbeschouwelijke organisaties, niet alleen in ons land maar ook in de internationale politiek.
Daar enkel het Vaticaan vertegenwoordigd is in die internationale instellingen kan er moeilijk gesproken worden van gelijkberechtiging. Dat specialisten van het kerkelijk recht stellen dat “eisen dat een religie niet tussenbeide komt op het politieke toneel een typisch westerse gedachte is, die niet gedeeld wordt in een aantal moslimlanden en ook niet in Latijns-Amerika” is ontegensprekelijk juist. Daaruit evenwel afleiden dat wij religieuze vertegenwoordigers moeten opnemen in de internationale overlegorganen is een voor ons te verregaande conclusie.
Het is belangrijk dat in de verschillende staten hierover wordt nagedacht, zodat een breed debat kan gevoerd worden over de rol van het Vaticaan op het internationaal forum.
Voor de Unie Vrijzinnige Verenigingen kan de katholieke kerk een belangrijke maatschappelijke rol blijven vervullen, maar op dezelfde voet als elke andere godsdienst of levensbeschouwing. Naar het standpunt van deze instellingen moet geluisterd worden, maar met groot respect voor de scheiding van kerk en staat. Ieder heeft immers het recht op eigen ideeën en mag die verdedigen. Wat wij evenwel verwerpen is dat één mening aan de anderen, die niet tot die kerk of levensbeschouwing behoren, wordt opgelegd.
Met die vaststellingen als feitelijke achtergrond vraagt de Unie Vrijzinnige Verenigingen dat de regering effectief werk maakt van deze problematiek. Op heel korte termijn betekent dit dat, ondanks mogelijke druk van hogere hand, effectief werk gemaakt wordt van een aangepast protocol bij officiële staatsplechtigheden. We hopen stellig dat dit op 21 juli 2001 gerealiseerd is, juist 170 jaar na de troonsbestijging van Leopold I.
Op langere termijn zouden een aantal grondwetsartikelen, niet alleen art. 21 maar ook art. 181, moeten gewijzigd worden, zodat uiteindelijk iedere levensbeschouwing in ons land gelijk zou worden behandeld.
Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen