Gewetensbezwaar niet heilig
Op een internationaal congres van katholieke apothekers verklaarde paus Benedictus XVI vorige week dat apothekers het recht hebben om gewetensbezwaar in te roepen wanneer het gaat over de verstrekking van medicijnen die abortus, euthanasie of andere 'immorele' uitwerkingen hebben. Evident, vindt apotheker Paul Vannes uit Ruisbroek volgens een artikel in De Morgen (DM 03/11/2007). “Ik ben katholiek, dus ik moet zo handelen”, zegt hij in een gesprek met de krant. Dat een katholiek wil leven en handelen volgens de voorschriften van de Katholieke leer willen we best begrijpen. Maar uitlatingen zoals die van apotheker Vannes zijn volgens ons toch wel heel erg kort door de bocht en vragen dat het probleem in zijn context wordt geplaatst.
Het recht op gewetensbezwaar vormt een onderdeel van het recht op vrijheid van mening, bewustzijn en religie en wordt onder andere erkend in artikel 9 van de European Convention on Human Rights (ECHR) en artikel 18 van het International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR). Maar zoals zovele rechten vormt ook het recht op gewetensbezwaar geen absoluut recht waarvoor alle andere rechten moeten wijken. Een bewijs hiervan is de rechtspraak van het Human Rights Committee, een orgaan van onafhankelijke experten dat de implementatie van het International Covenant on Civil and Political Rights opvolgt. Volgens dat orgaan kan het recht op gewetensbezwaar een basis vormen voor de toekenning van een uitzondering aan een bepaalde groep wanneer daardoor geen fundamentele rechten van derden worden geschonden.
Dus, ook het recht op gewetensbezwaar is begrensd. Tot die conclusie kwam ook het Network of Independent Experts on Fundamental Rights wanneer zij in 2005 Ontwerpverdrag tussen de Heilige Stoel en de Republiek Slowakije met betrekking tot het recht op gewetensbezwaar analyseerde. Artikel 7 van dat Ontwerpverdrag stelt dat de Republiek Slowakije het recht erkent om te gehoorzamen aan zijn of haar geweten overeenkomstig de principes en morele voorschriften van de Katholieke leer. Ongehoord vond het Netwerk dat in haar opinie van 14 december 2005 brandhout maakte van het Ontwerpverdrag. Meer bepaald was zij van oordeel dat het recht op gezondheidszorg en - omdat het hier gaat over diensten waarop vooral vrouwen beroep doen - de rechten van de vrouw in het gedrang kwamen wanneer medisch personeel zomaar beroep zou kunnen doen op gewetensbezwaar. In het geval van abortus oordeelde zij dat “het recht op gewetensbezwaar, in omstandigheden waar abortus wettelijk bepaald is, op zo'n manier moet geregeld worden dat geen enkele vrouw gehinderd wordt in haar toegang tot abortus.” Maar abortus is niet het enige domein waar zo'n regeling noodzakelijk is. Ook op het vlak van euthanasie of praktijken van apothekers, zoals die van apotheker Vannes, is dergelijk criterium noodzakelijk, aldus het Netwerk.
De Belgische Code van farmaceutische plichtenleer voorziet in een gewetensclausule zolang geen afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de patiënt, aan de continuïteit van de zorgen en aan de uitvoering van het voorschrift. Aan de andere kant staat er dat de apotheker de aflevering van het geneesmiddel niet mag weigeren om redenen die verband houden met de persoon van de patiënt of de aard van het product. Een lezing van beide bepalingen impliceert dat de apotheker minimaal moet doorverwijzen wanneer hij met een gewetensprobleem worstelt. Iets wat apotheker Vannes duidelijk niet doet wanneer hij aangeeft dat aan zijn raam een a4 is geplakt met daarop de mededeling dat er geen anticonceptiva, geen producten voor euthanasie, geen morning-afterpil enz. te verkrijgen zijn in zijn zaak.
Rekening houdend met de aanbevelingen van het Network of Independent Experts on Fundamental Rights, betekent dit concreet dat de overheid apotheker Vaness zou moeten verplichten om zijn cliënten door te verwijzen naar iemand die niet gebukt gaat onder gewetensbezwaar met betrekking tot bepaalde praktijken.
Sonja Eggerickx
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen