Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Hongerstaking als drukkingsmiddel

Hongerstaking als drukkingsmiddel

Al enige tijd bezetten een 300-tal Afghaanse vluchtelingen de Heilige-Kruiskerk in Elsene om een uitwijzing naar hun land van afkomst te verhinderen. De Afghanen zijn ondertussen in hongerstaking gegaan en een aantal onder hen weigert zelfs te drinken, wat, zeker gezien de hoge temperaturen, een snelle bedreiging voor hun gezondheid betekent. De Afghaanse vluchtelingen zijn vast besloten hun protestactie verder te zetten tot het einde.

Deze hongerstaking beheerst in de huidige komkommertijd het binnenlandse nieuws. Dit gebeuren roept trouwens enige vragen op. Wat drijft mensen ertoe zich uit te hongeren? Zijn er geen andere middelen ter beschikking? Waarom gebeurt deze actie in een kerk? Kan de toestand in hun land niet verbeterd worden?

Dat vluchtelingen of vluchtelingenorganisaties kerkgebouwen bezetten en op deze wijze aandacht vragen voor de precaire situatie van de vreemdelingen is sinds het einde van de jaren ’80 een feit. Daarmee werd het eeuwenoude kerkasiel opnieuw tot leven gebracht, hoewel de rooms-katholieke overheid het kerkasiel uit het kerkelijk recht had geschrapt na het Tweede Vaticaans concilie.

Als vrijzinnig humanisten kunnen we uiteraard de heropleving van het kerkasiel, dat een uitdrukking is van het exclusieve voorrecht van de geestelijke autoriteit, niet goedkeuren. Sinds de Franse revolutie primeert immers het burgerlijk gezag en bestraft artikel 268 van het Strafwetboek "de bedienaren van een eredienst die in de uitoefening van hun bediening door woorden, in openbare vergadering gesproken, de regering, een wet, een koninklijk besluit of enige andere handeling van het openbaar gezag rechtstreeks aanvallen". Geestelijken, die hun kerken openstellen voor de bezetters, kunnen derhalve volgens deze wetsbepaling beschouwd worden als actievoerders tegen het vreemdelingenbeleid van de regering.
Onze bewindsvoerders hebben evenwel dit artikel 268 nooit ingeroepen, noch tegen de vele actievoerders in de kerken noch tegen de paus, toen deze bij zijn laatste bezoek aan ons land openlijk de abortuswet veroordeelde.

Met de bezetting protesteren de Afghaanse vluchtelingen tegen de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken om vóór 1 september België te verlaten. De kersverse minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael heeft hen evenwel enige maanden uitstel gegeven en zal begin 2004 hun situatie opnieuw evalueren. Voorgoed in ons land blijven, zoals gevraagd, zal echter, gezien de reglementering, niet toegestaan worden.

Is hongerstaking tegen een dergelijke beslissing de oplossing? Heeft deze actie wel zin? Wij kunnen het ons nauwelijks voorstellen dat we een hongerstaking zouden inroepen als middel om gehoor te vinden voor onze eisen. Toch gebeurt het wel vaker. Niet alleen hebben asielzoekers hun toevlucht gezocht tot deze wanhopige acties - de ene al fanatieker dan de andere -, maar ook Belgen hebben de hongerstaking als drukkingsmiddel gehanteerd (denken we maar aan het protest tegen de gedwongen afbraak van de weekendhuisjes).
Wanneer mensen besluiten zichzelf uit te hongeren doen ze dit omdat ze geen andere uitweg meer zien. Ze hopen dat er naar hun ultieme roep om hulp zou geluisterd worden. Ze gaan ervan uit dat de overheid hen niet zal laten omkomen van de honger en haar standpunt zal herzien. Maar wat als daar éénmaal wordt aan toegegeven?

Hebben in dit geval van hongerstaking de actievoerders geen andere rechtsmiddelen tot hun beschikking? De beslissing tot uitwijzing, genomen door de Dienst Vreemdelingenzaken, is immers, zoals elke administratieve maatregel, vatbaar voor beroep. De Raad van State zal uiteindelijk oordelen of de vluchtelingen op een juiste rechtvaardige en democratische wijze behandeld werden.

Als vrijzinnig humanisten staan wij als geen ander achter het standpunt dat iedereen het recht heeft op vrije meningsuiting. Wanneer de Afghaanse vluchtelingen vinden dat ze zo hun ongenoegen over de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken kenbaar moeten maken, wie zijn wij dan om te zeggen dat we het daarmee oneens zijn? Of we het een goede manier vinden om hun eisen kracht bij te zetten is evenwel een ander punt.

Wanneer we terugblikken naar de voorgeschiedenis van deze actie begrijpen we beter de wanhopigheid van de actievoerders. Het wapengekletter van de Afghaanse krijgsheren drijft hen op de vlucht; na een moeizame tocht bereiken de Afghanen ons land, waar ze een asielaanvraag indienen. Deze wordt bijna één jaar lang "bevroren", omdat ondertussen de oorlog in Afghanistan is uitgebroken, maar de aanvragers zelf worden in het ongewisse gelaten over hun bevroren asielaanvraag. Om hun verzoek te ondersteunen passen ze zich aan, leren een nieuwe taal aan hun kinderen, kortom ze bouwen een nieuw leven op. Telkens ze informeren naar hun asielmogelijkheid wordt hen verzekerd dat het wel in orde zou komen. Quod non, uiteindelijk.
In Afghanistan zelf wacht hen niets, behalve veel ellende. In tegenstelling tot wat de Dienst Vreemdelingenzaken zegt, nl. het Taliban-regime is verdwenen en de situatie in Afghanistan is stabiel, rapporteert de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een algemene onveiligheid in Afghanistan. Volgens dit rapport zwaaien de krijgsheren nog altijd straffeloos de plak en durven vrouwen het huis niet uit. Kidnapping, afpersing en intimidatie zijn schering en inslag; het aantal daklozen neemt stelselmatig toe.
Het is dan ook niet moeilijk te vatten dat deze mensen beslist hebben om actie te voeren tegen hun uitwijzing, desnoods tot de dood.

Deze hongerstaking bewijst opnieuw hoe belangrijk een goede ontwikkelingssamenwerking is.
Als vrijzinnig humanisten ondersteunen we tenvolle het plan van de regering om de middelen voor ontwikkelingssamenwerking stelselmatig te verhogen tot 0,7% van het B.B.P.
De enige oplossing om de vluchtelingenstroom in te perken is immers een sterke ontwikkeling stimuleren in de arme ontwikkelingslanden, zodat hun inwoners minder geneigd zijn om hun toevlucht te zoeken in het rijke noorden, omdat ze hun capaciteiten in hun eigen land kunnen ontplooien.
We kunnen alleen hopen dat het repatriëringsprogramma waaraan België deelneemt in het kader van de ontwikkelingssamenwerking en dat voorziet in de reïntegratie van de vluchtelingen in de Afghaanse samenleving vruchten oplevert. Een vreedzaam, rechtvaardig en levensvatbaar Afghaanse staat is immers een onmisbare voorwaarde voor een goede opvang van de Afghaanse hongerstakers in hun eigen land.

Prof. Dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Dit opiniestuk verscheen in de toenmalige Financieel Economische Tijd onder de titel 'Hongerstaking is het wapen van de wanhopige'

Bookmark and Share

  PrintPrint milieuvriendelijk

 

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen