Hoofddoekendebat moet breder
In De Morgen van 30 januari 2008 pleit zowel Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Marino Keulen (Open VLD) als Etienne Schouppe, voorzitter van CD&V tegen een groot nationaal debat over de hoofddoek voor loketbedienden. Beide wensen zij de keuze voor een verbod op religieuze symbolen aan de lokale partijbesturen te laten.
Daardoor ontstaat volgens ons een heel dubbelzinnige situatie. Een situatie waarin in de ene stad het dragen van religieuze symbolen toegelaten is en in een andere verboden. Bovendien gaat de overheid hierdoor een debat over één van haar fundamentele grondslagen uit de weg.
In België is elke burger vrij om al dan niet te geloven in een godheid. Dat principe wordt gewaarborgd door artikel 19 van de Grondwet. Daarentegen kan in ons land niemand gedwongen worden om deel te nemen aan handelingen en plechtigheden van een eredienst. Op deze manier tracht onze overheid recht te doen aan alle overtuigingen en aldus te komen tot een pluralistische samenleving. Maar daarmee is volgens ons de kous niet af. Op het moment dat een overheid het principe van pluralisme huldigt, wat ook voor ons essentieel is, dient die zich ook neutraal op te stellen ten aanzien van alle levensbeschouwelijke overtuigingen. En met haar ook de mensen die haar vertegenwoordigen. Een drager van gezag (een ambtenaar, een magistraat, een leerkracht…) mag dus geen vermoeden van voorkeur voor een of andere religie of levensbeschouwing in de uitoefening van zijn gezag doen ontstaan. Bovendien wordt het voorgesteld alsof er alleen een verbod is op de hoofddoek, het is veel algemener: het is een verbod op levensbeschouwelijke tekens. Christelijke kruistekens, joodse keppels, islamitische hoofddoeken en, ja, uiteraard ook vrijzinnige fakkels zijn uit den boze in rechtbanken, bij politiediensten en in de ambtenarij, zeker voor mensen die in contact komen met het publiek.
Zowel in Gent als in Lier is het huidige verbod er gekomen met de steun van het Vlaams Belang. Dat klopt. Maar dat nu net die steun wordt aangehaald om het voorstel op zich in ongenade te brengen, vinden wij intellectueel oneerlijk. De essentie van de discussie schuilt niet in de vraag hoe het Vlaams Belang stemt, maar wel of de overheid en haar functionarissen zich neutraal moeten opstellen. Het gaat om respect voor alle opvattingen in onze rechtsstaat, met name respect voor alle inwoners die een dienst van de overheid nodig hebben, de klanten van de overheid dus. En uit respect voor deze mensen moeten diegenen die een dienst leveren zich neutraal opstellen.
Vorig jaar, op 12 maart 2007, legde toenmalig senator Pierre Galand een "wetsvoorstel houdende toepassing van de scheiding van de staat en de religieuze of niet-confessionele organisaties of gemeenschappen" neer. Artikel 5 van dat voorstel stelt dat "overheidsbeambten zich in de uitoefening van hun functies onthouden van elke uiterlijke manifestatie van een niet-confessionele of religieuze levensbeschouwing of van een voorkeur voor een gemeenschap of partij." Op die manier wenste Pierre Galand, nu co-voorzitter van de Centraal Vrijzinnige Raad, de discussie wel op nationaal niveau voeren. En dit om "voor eens en voor altijd het neutraliteitsbeginsel te bevestigen met betrekking tot de beambten en aangestelden van de overheden." (toelichting bij artikel 5)
Daarom pleiten wij ervoor, tegen het advies van minister Keulen en Etienne Schouppe in, dat de overheid zijn verantwoordelijkheid opneemt en het debat niet langer enkel en alleen laat aan de steden en gemeenten. En dit uit respect voor het fundamentele beginsel van de scheiding tussen kerk en staat.
Sonja Eggerickx
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
(foto: n501992757_51648_7270 van Ranoush.)