Katholiek mosterdzaadje
In het Open Vizier van Tertio van 12 december 2007 reageren Cathy Berx en Paul Delva op de recente en hevige discussie die ontstaan is op de uitspraken van Mieke Van Hecke. In dezelfde editie werd ook een artikel van Paul van de Vyvere gepubliceerd. Graag wensten we op beide toch enkele bemerkingen te maken en kanttekeningen te plaatsen.
In de eerste plaats kwam de reactie van prof. Michel Magits er vanuit zijn functie als vicerector van de Vrije Universiteit Brussel en niet als erevoorzitter van de Unie Vrijzinnige Verenigingen (hij is nooit voorzitter van het Humanistisch Verbond, een lidvereniging van de Unie Vrijzinnige Verenigingen, geweest). Dat de vicerector Studentenbeleid (en later ook nog enkele andere professoren) van de in casu door Mieke van Hecke geviseerde instelling op haar uitspraken betreffende de Vrije Universiteit Brussel reageerde, is volgens ons overigens de logica zelve.
Verder lezen we in het opiniestuk van mevrouw Berx en de heer Delva toch ook nog enkele andere opmerkelijke uitspraken. Zo zouden de negatieve reacties van de mensen van de Vrije Universiteit Brussel en diverse anderen volgens hen gericht zijn op het document van het Vaticaan zelf. Dit is echter niet het geval. Het document wordt hier niet geviseerd, de uitspraken van mevr. Van Hecke naar aanleiding daarvan wel. Deze nuance is, gezien het grote onderscheid tussen de functie van de Paus en deze van mevrouw Van Hecke, wel degelijk belangrijk.
De auteurs geven toe dat veel ouders hun kinderen niet inschrijven in het vrije net om de 'projectmatige' redenen. Dat de school haar eigen klemtonen wenst te leggen op levensbeschouwelijk vlak, vechten we niet aan. Maar als men dan ook nog beweert dat 'de tijd dat het katholiek onderwijs een gesloten burcht was, ver achter ons ligt', terwijl men tezelfdertijd laatstejaars één zeer specifieke richting wenst uit te sturen, lijkt ons tegenstrijdig, zowel met de wens van de ouders die hun kinderen niet inschrijven voor het project (maar om allerlei andere redenen) als met de feitelijke burcht die men op die manier rond zijn eigen gemeenschap creëert. Men heeft gelijk als men stelt dat de scholen in het vrije net eigen levensbeschouwelijke klemtonen kunnen leggen. Men gaat te ver als men die lijnen verder blijft afbakenen buiten dat net om. Dan hebben we het niet langer over pluralisme, maar over verzuiling en jawel, sectarisch denken. Dat dit bovendien afwijkt van de eindtermen bepaald voor het secundair onderwijs is voor de schrijvers schijnbaar geen probleem.
Men zegt niet “we geloven niet in ons project” door leerlingen te informeren over het (gelukkig) erg diverse aanbod van hoger onderwijs in ons land. Men laat die keuze dan vrij aan de jonge volwassenen en hun omgeving. Deze moeten met een goede opvoeding als basis perfect in staat zijn om deze keuze zelf te maken. Zijn ze dit niet, dan moet de school zich misschien vragen stellen over haar eigen werking.
Wenst U afstand te nemen van gesloten burchten en een sectarische indeling van onze maatschappij, laat deze keuze dan ook vrij. Wat u nu zegt is niet “wij geloven in ons project”, maar eerder “wij geloven niet in het project van de anderen”. Pluralisme moet als kernwaarde respect meekrijgen. Anders krijgt men geen mooi schilderij, maar gewoon een hoop gek(r)ibbel.
Ons besluit werd al verwoord door mevrouw Cathy Berx die in een vroeger opiniestuk (De Standaard, 20/08/2007) schreef: “Kortom, finaal is het een kwestie van vertrouwen en geloof in de kritische zin van jonge mensen en de wijsheid van leerkrachten en scholen.” Een objectieve en volledige informatie aan de leerlingen onthouden, bewijst dat het katholiek onderwijs eigenlijk die mooie woorden van mevrouw Berx niet ernstig neemt. Dat betreuren we.
Sonja Eggerickx,
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Dit opiniestuk verscheen in Tertio