Opinies en Nieuws
Mensenrechten: wat als het feest voorbij is?
Op 10 december 1948 ondertekende de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Universele verklaring van de rechten van de mens. Vandaag, 62 jaar later, wordt deze belangrijke gebeurtenis overal ter wereld gevierd. En terecht. Want sinds de ondertekening is veel gerealiseerd. Dat betwijfelt allicht niemand. Maar tegelijkertijd staan er ons nog altijd belangrijke uitdagingen te wachten. Vier op een rij.Asiel en migratie
Artikel 14 van de Universele verklaring van de rechten van de mens zegt: “Eenieder heeft het recht in andere landen asiel te vragen en te genieten tegen vervolging.” Andere latere verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag van 1951 hebben dat recht op asiel niet bekrachtigd. Maar ze verhinderen wel dat vluchtelingen gedwongen worden teruggezonden worden naar hun land van herkomst als hun leven en/of vrijheden op het spel staan. Bovendien geven ze vluchtelingen een aantal basisrechten zoals het recht op een woning en medische zorg. Maar is het niet schrijnend dat in een land als België anno 2010 deze rechten nog altijd met de voeten worden getreden? En dat we vluchtelingen in de vrieskou laten staan? Ik hoop dat we in 2011 wel tegen deze mensen zullen kunnen zeggen dat we een oplossing hebben.
Conflicterende mensenrechten
Mensenrechten botsen vaak met elkaar. Neem bijvoorbeeld het recht op vrije meningsuiting en het recht op vrijheid van godsdienst of overtuiging. Vaak is een afweging van beide grondrechten een aartsmoeilijke evenwichtsoefening. Is dit een gevaar voor mensenrechten? Ik denk het niet. Maar het toont wel dat mensenrechten in bepaalde situaties op grenzen botsen. Iedereen herinnert zich allicht de heisa rond de Deense cartoons. De tekeningen brachten een publiek proces op gang waarbij de ene partij zich beriep op de vrijheid van meningsuiting en de andere partij op het verbod om te discrimineren op basis van religie of overtuiging. De escalatie van het probleem toont echter aan dat dergelijk publiek proces niet bijdraagt tot een oplossing van het probleem. Het recht op vrije meningsuiting wordt een hol begrip wanneer geen rekening wordt gehouden met de mogelijke impact van zijn woorden of uitingen. Hetzelfde gebeurt wanneer je een absolute waarde toekent aan het recht op vrijheid van religie of overtuiging. Ook dit recht dient steeds geïnterpreteerd te worden vanuit een concrete situatie. Mensenrechten zijn dynamisch en moet je daarom aanpassen aan de tijd en de omstandigheden. Dat zal sowieso altijd een uitdaging blijven.
Ondernemingen als niet-statelijke verdedigers van mensenrechten
Ongeveer zestig jaar na de ondertekening van de Universele verklaring van de rechten van de mens worden mensenrechten steeds meer gebruikt om ondernemingen ter verantwoording te roepen voor wanpraktijken en schendingen van mensenrechten. Zo vecht Amnesty International al jaren tegen de praktijken van Shell in de Niger Delta. En dit omdat ze het oliebedrijf verantwoordelijk acht voor de vervuiling en de armoede in die regio. Dergelijke case doet de vraag rijzen of je niet-statelijke actoren op dezelfde manier moet onderwerpen aan mensenrechtenverplichtingen als statelijke actoren. Mij lijkt het alvast een positieve evolutie. Maar de toekomst zal uitwijzen hoe ver we hier kunnen in gaan.
Universaliteit mensenrechten
Volgens artikel 2 van de Universele verklaring van de rechten van de mens heeft eenieder “aanspraak op alle rechten en vrijheden, in de verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.” Zo verwoord, hebben mensenrechten per definitie een universeel karakter. Toch stellen sommigen deze universaliteit in vraag. Zo hoort men soms vanuit islamitische hoek dat mensenrechten een typisch westers ‘product’ zijn. En sommigen gaan nog verder en beweren dat de Sharia voorrang moet krijgen op mensenrechten. Op zich is de discussie over de oorsprong van mensenrechten niet echt zinvol. Zinvoller is het te kijken naar het effect. En dan kunnen we alleen maar vaststellen dat mensenrechten universeel zijn omdat ze goed zijn voor alle mensen. Het zal in de toekomst een belangrijke opdracht blijven om iedereen hiervan te overtuigen.
Sonja Eggerickx
Voorzitter
Unie Vrijzinnige Verenigingen