Neen aan godsdienstfanatisme! Pleidooi voor een interlevensbeschouwelijke dialoog.
Via de media worden we dagelijks geconfronteerd met verschrikkelijke beelden van doden en gewonden ten gevolge van wereldconflicten met godsdienstige aspecten zoals bijvoorbeeld in Irak en Israël. Met des te meer afschuw reageren we wanneer ook in West-Europa doden vallen omwille van godsdienstige redenen. De recente moord op Theo Van Gogh in Amsterdam vormt hiervan een voorbeeld. De vrije meningsuiting vormt één van de hoekstenen van onze democratie. Zelfs wanneer iemand een mening verkondigt waarmee men het grondig oneens is, dan nog hebben we geen enkel recht om geweld te gebruiken.
In Nederland stelt men een radicalisering vast binnen de Marokkaanse gemeenschap vooral bij de moslimjongeren en studerende moslims. De Nederlandse liberale politica en moslim Ayaan Hirsi Ali van de VVD ontving doodsbedreigingen omwille van het uiten van kritiek op de islam. Ook in ons land werd SP.A senator Mimount Bousakla bedreigd na kritiek op de moslimgemeenschap. Er dreigt een gevaar van overreactie. Geweld roept geweld op. Dit blijkt uit de recente aanslagen op islamscholen in Nederland. Men dreigt te generaliseren door de fundamentalistische strekking binnen de islam gelijk te stellen met de hele moslimwereld, wat geenszins het geval is.
We vinden echter ook een fundamentalistische strekking in andere godsdiensten terug: we verwijzen o.m. naar het verzet van de kolonisten tegen de ontruiming van Palestijns gebied in Israël, naar de vele moeilijkheden tussen Sikhs en Hindoes in Indië. Bij de recente presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten hebben fundamentalistische christelijke groepen zeer veel druk uitgeoefend. President Bush zal naar alle waarschijnlijkheid een aantal fundamentele vrijheden en rechten terugschroeven. Hij vertolkt de mening van het traditionele conservatieve deel van de bevolking: anti-abortus, tegen het homohuwelijk, tegen stamcelonderzoek…
Godsdiensten en levensbeschouwingen behoren weliswaar tot de privé-sfeer, maar vertegenwoordigen ook een algemeen, humaan en moreel belang door het lenigen van de geestelijke of morele noden van de burgers. Als vrijzinnigen streven we naar een werkelijk pluralistische interculturele maatschappij die steunt op de fundamentele waarden van de mensenrechten, onze democratische wetgeving en de waarden van de Verlichting. We pleiten voor de uitbouw van een bewust, open, pluralistisch en actief burgerschap dat gestalte moet krijgen door alle in ons land verblijvende personen, welke ook hun religieuze, levensbeschouwelijke of culturele invalshoek is. Dit burgerschap is gebaseerd op ethische verbondenheid en gekenmerkt door openheid, solidariteit en verdraagzaamheid. De rol van gemeenschappelijke waarden in een bewust burgerschap is van onmiskenbaar belang. Ethische verbondenheid met de medemens kan leiden tot meer eenheid. Deze uniformiteit mag echter niet de uitsluiting betekenen van de niet-gemeenschappelijke waarden.
Enkel door integratie kunnen alle culturele en religieuze groepen beter samen functioneren. Vertrekpunt is multiculturaliteit met het behoud van identiteit en wortels, wat trouwens dient als basis tot het bekomen van interculturaliteit. We streven naar cohabitatie in een interactieve samenleving. We zien integratie als culturele verrijking en niet als culturele uitholling of vervlakking zodat de segregatie wordt tegengegaan en geen sociale noch ruimtelijke gettovorming ontstaat. De integratie als tweerichtingsverkeer impliceert het vreedzaam naast elkaar bestaan van levensbeschouwingen. Fundamentalistische opvattingen van welke origine ook zijn onverenigbaar met de idee van verdraagzaamheid.
Een actief burgerschap is gebaseerd op participatie en betrokkenheid waarbij ieder individu zijn/haar verantwoordelijkheid opneemt. Confrontatie met andere ideeën is belangrijk. Een bewust en actief burgerschap kan enkel verkregen worden door het aanmoedigen van een voortdurend contact met de leden van de verschillende groepen onderling en t.o.v. elkaar. Enkel door conversatie met de andere in gelijkwaardigheid wordt verdraagzaamheid gestimuleerd. Bekend maakt bemind. Hier kunnen we niet genoeg de nadruk leggen op het belang van de interlevensbeschouwelijke dialoog. Deze dient van jongs af aan en op verschillende echelons te gebeuren.
De levensbeschouwelijke vakken op school kunnen hierbij hun steentje bijdragen. In het gemeenschapsonderwijs in West-Vlaanderen namen een leerkracht niet-confessionele zedenleer en zijn collega’s godsdienst het initiatief om jaarlijks een dag van de levensbeschouwingen te organiseren voor de laatstejaars van het secundair onderwijs. Tijdens de lessen bestudeert men de verschillende levensbeschouwingen en bereidt men vragen voor om achteraf te stellen aan de vertegenwoordiger van een andere eredienst of de niet-confessionele levensbeschouwing. Op de dag van de levensbeschouwingen bezoeken de leerlingen de verschillende gebouwen, krijgen er uitleg van de desbetreffende vertegenwoordiger en stellen hun vragen. Op deze wijze maken de jongeren kennis met de verschillende levensbeschouwingen van hun medeleerlingen. Ze ervaren dit als positief en brengen respect op voor elkaars overtuiging. Dergelijk project zou moeten veralgemeend worden.
In 2002 organiseerde het Provinciaal Centrum Morele Dienstverlening Antwerpen van de Unie Vrijzinnige Verenigingen samen met de Werkgroep Interlevensbeschouwelijke Dialoog Antwerpen het project ‘Dialoog als brug naar de toekomst’. Hierbij gingen vertegenwoordigers van zeven verschillende levensbeschouwingen een gesprek aan over verdraagzaam samenleven en werden ‘interfaith’ bezoeken georganiseerd in de respectievelijke gebouwen. Ook een dergelijk initiatief moet aangemoedigd worden in alle regio’s en dient op continue basis te gebeuren.
De vrijzinnig-humanisten hebben ook de initiatieven van de overheid gesteund om een interculturele dialoog op te zetten. Het doel is de verschillende levensbeschouwelijke gemeenschappen in gesprek te brengen en de verstandhouding tussen de verschillende groepen te bevorderen.
De interlevensbeschouwelijke dialoog snijdt godsdienstfanatisme de pas af. Onbekend maakt immers onbemind. De angst voor de ander moet plaats maken voor het leren kennen van elkaar en op deze manier stimuleert men de wederzijdse ontwikkeling. Deze dialoog dient gecontinueerd te worden om alzo een vredevolle en harmonische samenleving te realiseren.
Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Tijd onder de titel 'Neen aan godsdienstfanatisme'