Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Neutraliteit van de gerechtelijke overheden, een absolute must!

Neutraliteit van de gerechtelijke overheden, een absolute must!

De media berichtten dat een rechter de katholieke scholen de beste vindt.
Als vrijzinnig humanist moet ik reageren, maar ook als overtuigd democraat, want de basisbeginselen van onze samenleving worden daardoor overtreden.

De scheiding tussen kerk en staat, die in ons land geldt, houdt de plicht in van onpartijdigheid van de overheid ten opzichte van de levensbeschouwingen en godsdienstige overtuigingen van de burgers. Dit is trouwens een vereiste voor elke democratie.

In dit kader impliceert de aanvaarding van een pluralisme met betrekking tot religieuze en filosofische overtuigingen een openheid en een praktijk van tolerantie, zowel vanuit de publieke en burgerlijke autoriteiten als door de individuele mensen.

Zij houdt eveneens een volledige onpartijdigheid van de overheid in en een strikt respect voor de principes van gelijke behandeling en non-discriminatie. Deze grondrechten worden gegarandeerd door verschillende artikelen in enerzijds onze Grondwet en anderzijds internationale verdragen over de rechten van de mens.

Een gelijke behandeling van de burgers vergt een neutraliteit van de publieke overheden, die aldus de vrijheid van overtuiging alsook de godsdienstvrijheid garanderen. Deze verschillende overtuigingen behoren allen tot de privé-sfeer in de zin dat de publieke overheden op geen enkele manier mogen te kennen geven dat ze als publieke autoriteit deze of gene overtuiging, lidmaatschap of geloof aanhangen, bevoordelen of opleggen.

Individuen daarentegen hebben het recht hun levensvisie uit te dragen en hun voorkeur uit te spreken voor deze of gene levensbeschouwing. De rechterlijke macht is in ons land een belangrijke publieke overheid. Zij dient zich bijgevolg op basis van de grondwettelijke principes neutraal te gedragen. Burgers die zich richten tot het gerecht moeten de garantie hebben dat ze een onpartijdige beoordeling krijgen van de zaken die ze voorleggen. Dit is zeker het geval bij de soms moeilijke en delicate beslissingen die dienen genomen te worden binnen persoonlijk getinte geschillen zoals het dragen van een hoofddoek of in een echtscheidingsprocedure. Hier dienen rechters zich soms uit te spreken over een betwisting betreffende de schoolkeuze van een kind van gescheiden ouders. Zo deed rechter M. De Pauw van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op 24 augustus 2005 uitspraak bij voorlopige beschikking over de schoolkeuze van een kind, waarbij de rechter motiveerde dat: “De Vlaamse scholen en universiteiten zijn alom bekend omwille van de aangeboden kwaliteit van hun onderwijs en los van elke levensbeschouwelijke overweging mag gerust worden gesteld dat de katholieke onderwijsnetten en universiteiten veruit het meest kwaliteitsvolle onderwijs leveren.”

Als vrijzinnig humanist, maar vooral als overtuigd democraat, ben ik enorm verontwaardigd dat een rechter, die per definitie neutraal moet zijn en zijn persoonlijke overtuiging niet mag laten gelden bij een beoordeling van een geschil, zo maar beweringen uit, die niet gebaseerd zijn op objectieve criteria en niet getuigen van een onpartijdige houding, die men als publieke overheid dient te hanteren. Bovendien is de motivatie van deze rechter denigrerend tegenover het gemeenschapsonderwijs, het stedelijk en provinciaal onderwijs, de Europese scholen en de verschillende niet-katholieke universiteiten zoals de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel, de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Hierbij treft deze rechter zowel de ouders en de studenten die kiezen voor deze instellingen alsook alle medewerkers ervan.

Ik begrijp dat niet alle rechters aandacht kunnen besteden aan het onderwijs en derhalve de vele verslagen en studies over de kwaliteit van ons onderwijs, gestaafd door verscheidene visitatierapporten, niet kennen, waaruit blijkt dat ook aan niet-katholieke instellingen kwaliteitsvol werk geleverd wordt. Maar dan moeten de rechters uiteraard geen gratuite beweringen in hun vonnissen inlassen, waardoor hun neutraliteit en onpartijdigheid wordt opgeheven. Kan deze rechter nog uitspraken doen in moreel geladen dossiers voor een groot deel van onze niet-katholieke burgers? Kan een rechter, die zelfs de basisprincipes van ons recht niet respecteert, nog functioneren?

De circulaire van minister Onkelinx van 28 april 2004 betreffende de neutraliteit van de gerechtsgebouwen en de aanwezigheid van religieuze symbolen wijst op het belang dat gehecht wordt aan het neutrale karakter van het gerecht.
In de senaat stelde mevrouw Christine Defraigne (MR) op 30 juni 2005 een mondelinge vraag aan de minister van Justitie over “de naleving van het beginsel van de filosofische en godsdienstige neutraliteit van de justitie.” In haar antwoord benadrukte minister Onkelinx dat de neutraliteit van de gerechtelijke autoriteiten en de medewerkers van justitie een onaantastbaar principe vormt. De motivatie in het vonnis te Dendermonde lijkt ons niet te rijmen met deze uitspraak van de minister van Justitie. De scheiding der machten, waarbij een minister niet kan optreden tegen een rechter, kan toch geen vrijbrief zijn.

In het eindverslag van de Commissie voor Interculturele Dialoog in 2005 wordt benadrukt dat het principe van de neutraliteit van de ambtenaren door iedereen aanvaard wordt en dat de Commissie eensgezind van mening is dat de neutraliteit een basiswaarde is van een democratische rechtsstaat. De Commissie is van oordeel dat het voorontwerp van ‘Handvest’ dat aan minister Christian Dupont werd voorgelegd een passend besluit is bij het eindverslag. Hierin wordt onder punt 5 gesteld: “De burgers beschikken over de vrijheid van meningsuiting, van vergadering, van vereniging, van godsdienst. Ze dragen de verantwoordelijkheid er naar best vermogen gebruik van te maken. België is een pluralistisch land dat de verschillende religieuze, levensbeschouwelijke en politieke overtuigingen erkent die verzoenbaar zijn met de beginselen van de democratie en van de rechtsstaat. De levensbeschouwelijke en politieke minderheden worden beschermd door de Grondwet. De Staat is neutraal.”

De burger die zich met een vraag naar bemiddeling richt tot justitie verwacht een onpartijdige benadering van zijn probleem door de rechter. De neutraliteit en onpartijdigheid van de gerechtelijke overheden vormen de hoekstenen van onze democratische rechtsstaat. De geciteerde motivering getuigt niet van onpartijdigheid. Dit brengt de basisprincipes van ons gerecht in het gedrang en draagt niet bij tot het verhogen van het vertrouwen van de burger in justitie.

prof. dr. Michel Magits
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen.
gewoon hoogleraar Faculteit Rechtsgeleerdheid Vrije Universiteit Brussel

Bookmark and Share

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen