Ook minderjarigen kunnen mensonwaardig lijden
Bij de Wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie werd de mogelijkheid van euthanasie niet voorzien voor minderjarigen omdat dit op dat ogenblik politiek niet haalbaar was.
Uit de praktijk blijkt echter dat ook minderjarigen in een uitzichtloze situatie van ondraaglijk lijden kunnen terecht komen. Ondanks een goede palliatieve zorg stellen sommigen een terechte vraag naar euthanasie. Het is dan ook niet onbelangrijk dat er blijkbaar politieke wil aanwezig is om die Wet aan te passen.
Dat de bevolking open staat voor een uitbreiding van de Euthanasiewet naar minderjarigen toe blijkt o.a. uit een enquête in Vlaanderen door TNS Dimarso uitgevoerd in 2004 in opdracht van Recht op Waardig Sterven,waarbij een grote meerderheid zich voorstander verklaart van deze uitbreiding. Een recent levensvragenonderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (2005), in opdracht van de Unie Vrijzinnige Verenigingen, bevestigt dit en wijst op de nood aan een regeling voor pasgeborenen. Trouwens in een advies van 20 maart 2002 stelde het Kinderrechtencommissariaat dat ook minderjarigen in een situatie kunnen komen waarin een vraag tot euthanasie kan gerechtvaardigd zijn.
De Nederlandse Wet van 12 april 2001 maakt euthanasie mogelijk voor minderjarigen die in staat worden geacht tot een redelijke waardering van hun belangen en dit via een getrapt systeem en een aantal voorwaarden.
We zijn dus erg tevreden met de parlementaire initiatieven in die richting. Het VLD-voorstel tot wijziging van de euthanasiewet van de senatoren Jeannine Leduc en Paul Wille van 7 juli 2004 voorziet de mogelijkheid tot euthanasie voor een minderjarige die tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat wordt geacht, waarbij de ouders bij de beslissing betrokken worden. Senator Myriam Vanlerberghe en kamerlid Karin Jiroflée maakten nu het sp.a-voorstel bekend. In hun regeling hanteren ze het begrip ‘oordeelsvermogen’ en wordt een eventuele beslissing tot euthanasie in consensus genomen door zowel de minderjarige, de ouders als het medisch team . Het sp.a- voorstel voorziet hier bijkomend een speciale procedure voor de problematiek bij vroeggeborenen. Het is niet de bedoeling deze voorstellen in hun details voor te stellen, dat doen de respectieve partijen wel. Toch willen we als vrijzinnigen duidelijk maken dat we het toejuichen dat er over deze problematiek wordt nagedacht, dat er door de voorstellen een debat op gang zal komen en dat deze zo snel mogelijk in het parlement in een serene sfeer besproken zullen worden. We hopen dan ook dat de uiteindelijke aanpassing van de Wet zo humaan mogelijk zal zijn.
Ook voor de artsen is het belangrijk dat er een juridisch kader komt waarbinnen ze kunnen werken. Nu dreigen artsen die levensbeëindigend handelen bij minderjarigen of pasgeborenen strafrechtelijk vervolgd te worden.
Als vrijzinnigen zijn we voorstander van zowel palliatieve zorg als van euthanasie. Euthanasie gaat uit van het zelfbeschikkingsrecht van de persoon en is een ultieme keuze, die men in samenspraak met de arts al dan niet maakt als de situatie ondraaglijk wordt. Minderjarigen in een uitzichtloze situatie kan men dit recht niet ontzeggen. Bij pasgeborenen en kinderen zonder oordeelsvermogen ligt de moeilijke beslissing bij de ouders en het medische team. Het is noodzakelijk om tot een goede juridische regeling te komen, in het belang van alle betrokken partijen: de minderjarigen, de pasgeborenen, de ouders en de artsen.
Sonja Eggerickx
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen