Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Palliatieve dagcentra in dreigende financiële wurggreep

Palliatieve dagcentra in dreigende financiële wurggreep

Sinds jaren vervult de palliatieve zorg een belangrijke rol binnen de terminale zorg. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie betreft palliatieve zorg de actieve totaalzorg van patiënten die ongeneeslijk ziek zijn. De begeleiding is gericht op het optimaliseren van de levenskwaliteit en het maximaliseren van de autonomie in de laatste levensfase. De grootste aandacht gaat enerzijds naar pijn- en symptoomcontrole en anderzijds naar psychologische, sociale en spirituele zorg. Het spreekt voor zich dat de behoefte aan deze zorg door de vergrijzing zal toenemen.

Ons land kent vier modellen van palliatieve zorg die overheidssteun krijgen: palliatieve dagcentra; palliatieve support teams in ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen en rustoorden; residentiële palliatieve eenheden en palliatieve thuisequipes.

De palliatieve dagcentra werden het meest recent ontwikkeld. Op initiatief van het AZ-VUB werd in 1997 te Wemmel het eerste dagcentrum naar Engels model geopend. Het kreeg de naam TOPAZ (Thuis voor psychosociale Oncologie en Palliatieve Zorg). Vanaf 2002 werd TOPAZ door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) gesubsidieerd voor een proefproject van drie jaar in het kader van de wet betreffende de palliatieve zorg, met als bedoeling mensen zoveel mogelijk de kans te geven thuis te sterven en de familie een stuk te ontlasten van de zorg. Andere dagcentra werden in navolging in de verschillende regio’s opgestart.

Een dagcentrum vormt een verlengstuk van de thuiszorg. Patiënten die ongeneeslijk ziek zijn en niet meer in staat zijn om te werken en zich sociaal te engageren, maar niet bedlegerig zijn, kunnen er terecht. Het aanbod is veelvuldig en omvat medische therapie die anders hospitalisatie vereist; consultatie pijn- en symptoomcontrole; verpleegkundige zorgen; psychologische ondersteuning en consultatie psychische oncologie en medische oncologie. De kinesist en andere zorgverleners die anders thuis komen kunnen ook hier hun therapie voortzetten. De zorg voor de totale mens staat centraal, met ook aandacht voor de spirituele ondersteuning. Het dagcentrum vormt een thuis waar men als gast (en niet als patiënt) lotgenoten en vrijwilligers ontmoet met wie men goede en slechte momenten deelt. Men kan er een goed gesprek hebben of genieten van een warm bad of een massage, koken en lekker eten.
Door deze ondersteuning, in combinatie met de medische verzorging, kunnen zieken langer thuis blijven of sneller uit het ziekenhuis ontslagen worden. Het is geenszins de bedoeling dat het dagcentrum de eerstelijnszorg overneemt, maar het werkt complementair. De huisarts blijft immers de centrale figuur in de hulpverlening.

Eind december dreigt de subsidiëring van de palliatieve dagcentra door Minister van Volksgezondheid Rudy Demotte stopgezet te worden wegens een negatief advies van het RIZIV. Dit advies gaat in tegen het advies van de Federale Evaluatiecel Palliatieve Zorgen. Volgens het evaluatierapport van het RIZIV blijft de gemiddelde bezettingsgraad te laag. Sommige centra haalden echter wel een hogere bezetting. De minister gaf opdracht naar andere formules te zoeken. In afwachting dreigen binnenkort zwaar zieken in de kou te blijven staan.
Een opname in een palliatief dagcentrum kan echter een opname in een duur ziekenhuisbed vermijden, wat een ernstige besparing betekent.
Dat een dagcentrum binnen de palliatieve zorg wel degelijk een belangrijke rol te vervullen heeft, blijkt overduidelijk uit de jarenlange buitenlandse praktijk in Engeland waar meer dan 250 van dergelijke centra bestaan met wachtlijsten!
Bij de invoering van de palliatieve thuiszorg in ons land diende ook heel wat weerstand overwonnen te worden om over te stappen van therapeutische hardnekkigheid naar palliatieve thuiszorg. Na de jarenlange inzet van de palliatieve thuiszorgequipes is de palliatieve thuiszorg een alledaags en vanzelfsprekend gegeven geworden, wat het vroeger zeker niet was. De dagcentra zijn nog relatief nieuw en het is nog niet zo evident dat mensen doorverwezen worden of zelf de stap zetten. De bevolking dient nog meer geïnformeerd te worden over de concrete werking. Het is onmenselijk dat mensen nog steeds aan talrijke fysiek belastende, nutteloze en dure behandelingen in de ziekenhuizen onderworpen worden. Dit geld kan beter besteed worden om de patiënt via een dagcentrum een kwaliteitsvoller laatste levensfase te bezorgen. Wanneer genezen niet meer kan, dient men de laatste levensdagen zo comfortabel en zinvol mogelijk te maken.

Maar er is meer dan het prijskaartje en de bezuinigingen. Men dreigt het belangrijke humane aspect uit het oog te verliezen. Het palliatief dagcentrum laat terminaal zieke mensen toe thuis te blijven, want de meeste mensen verkiezen thuis te kunnen sterven in hun vertrouwde omgeving. Het dagcentrum heeft een belangrijke functie zowel naar de zieke mens als naar zijn familie toe.
De patiënt kan er verzorging, verstrooiing, ontspanning, menselijk contact en warmte vinden. De verzorgers uit zijn thuismilieu krijgen de mogelijkheid de batterijen op te laden om het vol te houden om de terminale zorg thuis op zich te nemen.

Ik pleit er als vrijzinnig humanist dan ook voor dat de minister het experiment van de dagcentra verlengt en ook in de toekomst de nodige middelen voorziet. Op deze manier kan de lijdende mens vrij kiezen om dankzij een dagcentrum een ziekenhuisopname te vermijden. Op deze manier dragen we als maatschappij bij tot de verdere humanisering van het levenseinde. Dergelijke ondersteuning kan trouwens de vraag naar euthanasie uitstellen en misschien soms zelfs vermijden.
Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Dit opiniestuk werd opgenomen in De Tijd onder de titel 'Palliatieve dagcentra verdienen beter’

Bookmark and Share

 

 

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen