Persvrijheid is geen vodje papier
Vorige week donderdag (18/01/2007) viel in Brussel het bronzen beeld van de congreskolom dat de persvrijheid symboliseerde van zijn sokkel. Oorzaak was de hevige storm die ons land kreeg te verduren. Voor wie dacht dat ondertussen alle gevaar was geweken en wilde beginnen met de nodige herstellingswerken was er gisteren aan voor de moeite.
“Ik eis dat u eerbied betuigt voor mijn functie en ontzag en respect toont voor dit huis. Anders kan het niet dat u hier aanwezig bent. Als u op dezelfde manier blijft berichten, bent u niet langer welkom”, stelde prins Filip woensdag op een bijeenkomst van de gestelde lichamen op het koninklijk paleis. Dat de media niet gediend waren met dergelijke uitspraken bleek gisteren.
En terecht. Want persvrijheid vormt inderdaad één van de hoekstenen van onze samenleving (artikel 25 van de Belgische Grondwet). Het wordt zelfs beschouwd als een onvervreemdbaar mensenrecht.
Dat niet iedereen hoog oploopt met dit mensenrecht blijkt duidelijk uit het jaarrapport van de International Federation of Journalists met betrekking tot het aantal vermoorde journalisten en anderen werkzaam binnen de media. “Doorheen 2006 telde het IFJ op zijn minst 155 moorden en onverklaarbare sterfgevallen van journalisten en mediapersoneel. Hoewel dit aantal het voorwerp is van discussie tussen groepen die ijveren voor persvrijheid, is men het eens over één onweerlegbare waarheid: het was het slechtste jaar tot nog toe”, aldus het rapport. Of dit iets zegt over de Belgische situatie? Bitter weinig want België komt niet voor in de lijst. Maar het zegt wel iets over de waarde die we persvrijheid moeten toedichten.
In de Press Freedom Index van Reporters without Borders lezen we een gelijkaardig verhaal. Het dodelijkste jaar sinds 1994 noemen zij het. De grootste schendingen van de vrije meningsuiting vinden we in Noord-Korea, Turkmenistan en Eritrea. Europa doet het beduidend beter. De eerste 15 landen in de Index zijn allen lid van de Europese Unie, behalve Noorwegen (6de plaats) en Zwitserland (8ste plaats). België staat op een 14de plaats. Niet slecht als je het op wereldschaal bekijkt, maar zeker niet de beste leerling van de Europese klas. Toch is de Belgische persvrijheid in ieder geval aan de betere hand in vergelijking met vorig jaar toen we ons tevreden moesten stellen met een 18de plaats.
Willen we deze tred aanhouden dan is het belangrijk waakzaam te blijven voor toekomstige inbreuken op onze persvrijheid. Het zou niet aangenaam zijn wanneer Prins Filip op toekomstige handelsmissies in het buitenland moet gaan vertellen dat de persvrijheid in België wat meer aan banden is gelegd. Laat staan dat hij daar de reden moet voor geven.
Sonja Eggerickx
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen