Prettig eindejaar?! Maar niet voor de gedetineerden!
Religieuze en morele begeleiding van gevangenen op de helling!
Sinds jaar en dag verzorgen vertegenwoordigers van de diverse erkende godsdiensten en levensbeschouwingen religieuze en morele bijstand binnen het Belgische gevangeniswezen. Ze vervullen een belangrijke taak bij de resocialisering van de gedetineerden en proberen de detentie zo humaan mogelijk te laten verlopen. Hun aanwezigheid binnen de gevangenismuren vormt een ondersteunende factor voor de groeiende gevangenispopulatie (9.138 gedetineerden op 12 december 2002 ) en helpt de detentieschade te beperken.
Elke eindejaarsperiode is een gesel voor de vereenzaamden en sociaal geïsoleerden in onze maatschappij. Gedetineerden behoren ongemeen tot deze categorie. Aalmoezeniers, moreel consulenten en islamconsulenten in de gevangenissen weten maar al te goed hoe zwaar de kerst- en nieuwjaarssfeer weegt op de mensen die ze in begeleiding hebben.
Vertegenwoordigers van de erkende erediensten en het niet-confessionele levensbeschouwelijk begeleidingswerk onderhandelden zes jaar over een professioneel personeelskader en een statuut voor de aalmoezeniers, moreel consulenten en islamconsulenten die in de gevangenis de morele en spirituele nood van gedetineerden lenigen. Eind 2001 werd een ontwerp van Koninklijk Besluit inzake het personeelskader opgesteld. Dit ontwerp voorzag in een kaderbezetting gerelateerd aan de resultaten van een behoefteonderzoek van religieuze en morele bijstand bij gedetineerden in de Belgische strafinrichtingen.
De minister van Justitie voorzag daarvoor een bedrag van 1.809.622,70 ? of 73 miljoen Belgische frank, te verdelen over 65 formatieplaatsen. Op 25 oktober jongstleden kregen de vertegenwoordigers te horen dat het bedrag meer dan gehalveerd werd en teruggebracht tot 818.048,63 ? of 33 miljoen Belgische frank. Het kader werd derhalve gereduceerd tot veertig plaatsen.
Deze beslissing zet de werking van de pastorale en levensbeschouwelijke begeleiding op de helling en desavoueert zondermeer de aalmoezeniers en consulenten in hun jarenlange door alle betrokken actoren gewaardeerde professionele en vrijwillige hulpverlening .
De representatieve overheden van de erkende erediensten en de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen ijveren reeds geruime tijd voor een dienst ‘religieuze en morele bijstand aan gevangenen’. Zij stellen een kader voorop dat tegemoet kan komen aan de spirituele en morele noden van de gedetineerden en dit conform artikel 47.1 (1) van de Europese gevangenisregels. Het artikel stelt terzake: “Si l’établissement contient un nombre suffisant de détenus appartenant à la même religion, un représentant qualifié de cette religion doit être nommé ou agréé. Lorsque le nombre de détenus le justifie et que les circonstances le permettent, un arrangement devrait être conclu sur un base permanente ».
Uitgangspunten hierbij zijn het non-discriminatiebeginsel en de zorgplicht van de Staat op levensbeschouwelijk vlak. De Staat moet personen die wegens vrijheidsberoving niet in staat zijn hun geloof of overtuiging te belijden, in de mogelijkheid stellen dit te doen. Ook aanhangers van minoritaire levensbeschouwingen moeten gelijkelijk van dit recht gebruik kunnen maken.
Het door de minister van Justitie voorgestelde kader van aalmoezeniers, moreel consulenten en islamconsulenten laat niet toe deze doelstellingen te realiseren. Alle denominaties hebben in een gemeenschappelijk standpunt hun bekommernis aan de minister ter kennis gebracht. Zij kregen te horen dat voor het begrotingsjaar 2003 de beslissing is genomen en dat daarop niet kan worden teruggekomen.
Het verdict van 25 oktober impliceert dat het recht van de gedetineerde op het vrij beleven en belijden van zijn godsdienst en niet-confessionele levensbeschouwing én van het daarmee verbonden recht op godsdienstige, geestelijke en morele ondersteuning, niet op een ernstige en verantwoorde manier kan worden verwerkelijkt. Het recht van gevangenen op religieuze en morele ondersteuning komt in het gedrang. Bovendien wordt op deze wijze het belang van de religieuze en morele ondersteuning van de gedetineerden door de overheid zwaar ondergewaardeerd. Door hun vertrouwenspositie en beschikbare aanwezigheid kunnen de geestelijk verzorgers in de strafinrichtingen een groot deel van de gedetineerden bereiken en alzo bijdragen tot een humane sfeer in de instellingen en kansen bieden voor een maatschappelijke reïntegratie van de gevangenen.
De erkende godsdiensten en levensbeschouwingen vragen de minister dan ook dringend om op zijn beslissing terug te komen en de nodige middelen te voorzien om de godsdienstige, geestelijke en morele ondersteuning in de gevangenissen op een kwaliteitsvolle manier te kunnen verzorgen.
Er wordt een persmap ter beschikking gesteld. Deze bevat een perscommuniqué en een uitgebreide tekst, mede ondersteund door de eminente deskundigen Rik Torfs, Herman De Dijn en Lieven Dupont.
Interlevensbeschouwelijke werkgroep
religieuze en morele bijstand aan gedetineerden
P/a Anne-France Ketelaer
Brand Whitlocklaan 50
1200 Brussel
Het volledige dossier kan je hier downloaden (PDF).
Voetnoot
(1) Aanbeveling nr. R (87) 3 van het Ministercomité van de Raad van Europa aan de lidstaten betreffende de Europese Gevangenisregels.
Voor de katholieke eredienst Frans Sneyers,
Voor de protestantse eredienst Chris Bultinck,
Voor de orthodoxe eredienst Ignace Peckstadt,
Voor de anglikaanse eredienst Dirk Van Leeuwen,
Voor de israelitische eredienst Albert Guigui,
Voor de islamitische eredienst Ibrahim Bouhna,
Voor de niet-confessionele levensbeschouwing Michel Magits en Philippe Grollet.