Pro of contra de hoofddoek op school?
De discussie in verband met het eventuele verbod van de hoofddoek op school loopt zeer hoog op. Een debat over het samenleven in een pluralistische samenleving is wenselijk. Als vrijzinnig humanist wil ik dan ook mijn persoonlijk standpunt hieromtrent formuleren.
De scheiding van kerk en staat, die in ons land geldt, houdt de plicht in van onpartijdigheid van de overheid ten opzichte van de levensbeschouwingen en godsdienstige overtuigingen van de burgers. Dit is trouwens een vereiste voor elke democratie.
Er is geen democratie mogelijk zonder de laïciteit van de staat: de neutraliteit van de publieke overheden impliceert dat zij de vrijheid van overtuiging alsook de godsdienstvrijheid garanderen. Deze verschillende overtuigingen behoren allen tot de privé-sfeer in de zin dat de publieke overheden op geen enkele manier mogen te kennen geven dat ze als publieke autoriteit deze of gene overtuiging, lidmaatschap of geloof aanhangen, bevoordelen of opleggen.
Een democratische staat garandeert bijgevolg als lekenstaat aan al zijn burgers een absolute vrijheid van geweten en een volwaardig staatsburgerschap in de zin dat het al dan niet behoren tot een godsdienst niets wijzigt aan zijn rechten en plichten als burger. De staat garandeert aan al zijn burgers de effectieve uitoefening van de publieke rechten en vrijheden en met name deze die vermeld worden in titel twee van onze Grondwet en in de internationale verdragen zoals in artikel 9 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
Vrijheid van overtuiging en zijn logisch gevolg de vrijheid van meningsuiting zijn fundamentele rechten, net als het recht op non discriminatie in het algemeen en het recht op gelijkheid van de geslachten in het bijzonder.
Moeten of kunnen de publieke instellingen de symbolen van een godsdienstige of filosofische overtuiging verbieden zonder de principes te schenden van de vrijheid van meningsuiting en non-discriminatie?
Krachtens artikel 24 van de Grondwet wordt de eis van neutraliteit opgelegd aan het onderwijs dat door de gemeenschap wordt georganiseerd. De plicht van onpartijdigheid treft de overheid zelf en verbiedt bijgevolg het dragen van elk teken van een of ander lidmaatschap in hoofde van de vertegenwoordigers van de overheid, de gezagsdragers en zijn ambtenaren bij de uitoefening van hun functie. Vanuit die hoedanigheid is het dragen van een levensbeschouwelijk symbool (zoals de hoofddoek) ontoelaatbaar voor een politiebeambte, een leerkracht of eenieder die vanuit de overheid diensten verzorgt.
De verplichting van onpartijdigheid die rust op de overheid betreft uiteraard niet als dusdanig de burgers die gebruikers zijn van de openbare dienst. Binnen de school richt de verplichting van onpartijdigheid of neutraliteit zich tot de instelling en het personeel, maar niet – onder een zeker voorbehoud – naar de leerlingen. Als vrijzinnigen zijn we trouwens voorstander van een school, die opleidt tot het staatsburgerschap en die de verschillen valoriseert. Een inrichtende macht van een school kan zijn instellingen echter niet laten omvormen tot een gesloten plaats voor proselitisme. De leerlingen verdienen bescherming aangepast aan hun kwetsbaarheid. Het is in deze zin dat opvoeders, de directies en de inrichtende machten een begrenzing moeten vaststellen voor het dragen van persoonlijke levensbeschouwelijke symbolen.
We kunnen uiteraard niet onverschillig blijven voor de seksistische betekenis van de hoofddoek en voor de onaanvaardbare druk van de omgeving. Soms is de hoofddoek evenwel de “prijs” voor een relatieve autonomie die anders geweigerd wordt. Zo kan het dragen van de hoofddoek zich voor bepaalde jonge vrouwen inpassen in een strategie van emancipatie tegenover hun familie door de hoofddoek te gebruiken als wisselmunt. Bepaalde jonge meisjes dragen de hoofddoek omwille van een kledingtraditie en de bevestiging van een culturele identiteit.
Het is noodzakelijk om de problematiek van de hoofddoek te dedramatiseren zonder concessies te doen bij de educatieve opdracht van de school op het vlak van respect voor de personen en de gelijkheid van de geslachten.
We zijn derhalve geen voorstander van een algemeen verbod van de hoofddoek of andere symbolen via een autoritaire weg, maar vragen wel dat diegenen die gebruik zouden maken van fysieke of morele druk voor het dragen van bepaalde symbolen, het voorwerp zouden vormen van vervolging, in het bijzonder wanneer de betwiste symbolen een seksistische connotatie hebben en minderjarigen het voorwerp vormen van deze druk vanwege mensen met autoriteit.
Een rechtlijnige en dwingende wetgeving is niet gewenst en heeft bovendien slechts effect op de scholen die door de overheid georganiseerd worden. Terwijl het een prioriteit moet zijn om getto scholen te ontzuilen, zou het bijzonder onverantwoord zijn om wetten aan te nemen die de ouders zouden aanmoedigen om hun kinderen terug te trekken uit de openbare school onder invloed van godsdienstige voorschriften en alzo de definitieve oprichting van een islamitisch schoolnet te begunstigen.
Als vrijzinnig humanisten streven we naar een pluralistische maatschappij waar mensen van diverse levensbeschouwelijke en godsdienstige opinies kunnen samenleven met respect voor de eigenheid van elkeen. We staan dan ook open voor een interlevensbeschouwelijke en culturele dialoog. Alle democratische krachten dienen de moslims te ondersteunen bij het proces van het zich losmaken van het fundamentalisme en de zeer letterlijke interpretatie van koranteksten, weg van alles wat ingaat tegen de mensenrechten en onze democratische wetten. Op dus naar een West-Europese islam die de waarden van de Verlichting erkent. Als deze islam gerealiseerd wordt zal er waarschijnlijk geen probleem zijn met een West-Europese variant van de hoofddoek. Vraag is of de geëmancipeerde moslimvrouwen zelf dan nog een hoofddoek willen dragen.
Ook dient gewerkt te worden aan de achterstelling op sociaal-maatschappelijk vlak van de migrantenpopulatie. De zorg voor kansarmoedebestrijding, een goed onderwijs voor iedereen, het bieden van kansen tot zelfontplooiing en emancipatie voor alle burgers, ongeacht hun afkomst, religie of politieke overtuiging dragen bij tot een betere samenleving waar het goed toeven is voor iedereen. Dergelijke samenleving creëert men niet door het instellen van verboden maar door het creëren van gelijke kansen voor allen. Zoniet dreigt de ganse discussie rond de hoofddoek te verzanden in een electoraal opbod, wat in de kaart speelt van extreem-rechts.
Prof. dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen