Profiel voor een paus van de moderniteit
Het begin van het nieuw pontificaat van Benedictus XVI biedt de mogelijkheid om het starre conservatisme en dogmatisme achter zich te laten en de 21ste eeuw binnen te stappen. Of kardinaal Ratzinger daarvoor de geknipte figuur is, valt evenwel te betwijfelen. Zijn uitverkiezing is evenwel een logisch gevolg van het benoemingsbeleid van de vorige paus, die slechts conservatieve kardinalen aanstelde. Misschien wordt de contradictie, die soms bestaan heeft, gerealiseerd en kan deze zeer conservatieve en principiële persoon zijn kardinalen overtuigen dat verandering noodzakelijk is, wil de kerk in deze moderne samenleving zeker in het Westen overleven.
De kerkleider zou vooreerst de kerk een meer democratische structuur moeten bezorgen en het concept machtskerk vervangen door een kerk waarbij de katholieke gelovigen aan de basis inspraak krijgen. Hij dient een hervorming door te voeren waarbij de alleenheerschappij van de paus, de macht van de curie en de pauselijke onfeilbaarheid ophouden te bestaan. Het priesterlijk celibaat en de uitsluiting van vrouwen uit het priesterambt moet hij in vraag durven stellen. De huidige situatie betekent immers niet alleen een afwijzing van een maatschappelijke evolutie die de gelijkheid van mannen en vrouwen grondwettelijk en internationaal rechtelijk heeft vastgelegd, maar negeert ook compleet de belangrijke inzet van vele kerkelijke medewerkers en vrijwilligers. De bestaande discriminaties moet hij opheffen en het tijdperk van emancipatie aankondigen.
Benedictus XVI dient bovendien een grotere transparantie tot stand te brengen in de kerkelijke structuur. Hierbij dient hij ook een financiële doorzichtigheid te creëren van de financiën van het Vaticaan om frauduleuze faillissementen zoals in het verleden te vermijden.
De nieuwe paus moet een reëel pluralisme aanvaarden en andersdenkenden op voet van gelijkheid plaatsen. Hij mag de Heilige Stoel niet langer profileren als de spreekbuis van de wereldgemeenschap die zowel andersgelovigen als niet-gelovigen omvat, maar wel als het orgaan dat de katholieke gemeenschap vertegenwoordigt.
De eeuwenoude ethische standpunten zou de nieuwe kerkleider kunnen aanpassen aan de 21ste eeuwse situatie op het vlak van de gelijkheid van man en vrouw, de ethische visie op huwelijk en echtscheiding, de fertiliteit, abortus, euthanasie en de seksuele geaardheid van de mensen. De huidige standpunten worden immers al lang niet meer gedeeld door de individuele gelovigen en vormen een kloof tussen de paus en zijn geloofsgemeenschap. Het huwelijk is niet meer de enige samenlevingsvorm; integendeel de partners bepalen zelf hoe ze hun relatie willen uitbouwen. De opvatting dat het huwelijk een onverbreekbare band tot stand brengt -trouwens niet door alle evangelisten onderschreven- en het verbod op contraceptie zijn niet meer van deze tijd. Medisch geassisteerde bevruchtingstechnieken moeten ook voor de gelovigen aanvaardbare technieken zijn. De ethische keuze zowel bij het begin als op het einde van het leven moet vrij gemaakt worden van aloude taboes. We hopen dat Benedictus XVI, geïnspireerd door zijn vorige naamgenoot, bereid is tot hervormingen en, vanuit een democratisch oogpunt, beslist om abortus en euthanasie te aanvaarden onder bepaalde voorwaarden, al was het maar voor andersdenkenden. Beide ingrepen worden immers steeds geregeld door democratisch tot stand gekomen wetten en worden nooit verplichtend opgelegd. Abortus en euthanasie zijn immers steeds het gevolg van een individuele keuze. Door een dergelijke beslissing mogelijk te maken, worden ze niet onder een banvloek naar een grijze zone verwezen.
Katholieke gelovigen kunnen al deze technieken en ingrepen, die meer levenskwaliteit toereiken, steeds afwijzen en dit op grond van de gewetensvrijheid. Het kerkelijk gezag mag zich niet halsstarrig vasthouden aan oeroude stellingen tegen de opinie in van bijna de hele katholieke gemeenschap. Het gevolg is immers dat gelovigen op ethisch gebied zich niets meer door de kerk laten dicteren en autonoom beslissen.
De nieuwe paus moet de in het evangelie opgenomen scheiding tussen kerk en staat respecteren. De neutraliteit van de staat ten aanzien van religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen is de enige garantie voor vrijheid van godsdienst en geweten. Geen enkele religie of levensbeschouwing mag haar ideeën over het maatschappelijk leven of de organisatie van dit leven aan de maatschappij opleggen. De paus mag zich niet mengen in het interne politieke leven en mag geen veroordelingen uitspreken over democratisch tot stand gekomen wetten zoals deze betreffende abortus en euthanasie die door de kerkelijke hiërarchie verworpen worden. Vanuit deze visie kan de bevoorrechte positie van de kerk in sommige staten, in de Europese Unie en de Verenigde Naties niet meer verdedigd worden.
Die bevoorrechte positie staat trouwens de interlevensbeschouwelijke dialoog, die verder zou uitgebouwd worden, niet alleen met alle godsdiensten, maar ook met de niet-confessionele levensbeschouwingen, in de weg. Op deze manier kan Benedictus XVI bijdragen tot een actief pluralisme in onze samenleving. Naast de verschillen bestaan er heel wat gemeenschappelijke waarden zoals de naastenliefde, solidariteit of broederlijkheid en de geweldloosheid. Vanuit deze basisbeginselen kunnen alle levensbeschouwingen zich inzetten voor een betere sociale wereldorde, waar alle mensen dezelfde rechten zouden bezitten, ongeacht hun levensbeschouwelijke opvatting. Alzo kan gezamenlijk strijd geleverd worden tegen armoede, onrecht, geweld en oorlog in de wereld. Die interlevensbeschouwelijke samenwerking, gekoppeld aan het besef dat niemand de opperste waarheid bezit, zou van Benedictus XVI meer dan een overgangspaus maken en hem een plaats in de geschiedenis bezorgen.
Het ondersteunen van die interlevensbeschouwelijke dialoog door de nieuwe paus en zijn omgeving kan immers een belangrijke bijdrage leveren voor de verdere humanisering van onze interculturele maatschappij, waar het goed leven is voor iedereen, ongeacht afkomst, godsdienstige, filosofische of politieke overtuiging, met respect voor elkaars eigenheid. Verdraagzaamheid vormt hierbij het sleutelwoord.
Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Dit opiniestuk verscheen in De Morgen