Opinies en Nieuws
Weg met de (school)vrijheid !?
Patrick Loobuyck stelt in zijn opiniestuk van 22 maart in deze krant voor om de lessen zedenleer en godsdienst te vervangen door één neutraal levensbeschouwelijk vak. Een vak dat filosofie zal inhouden, lessen in democratisch burgerschap en aandacht voor levensbeschouwelijke vraagstukken. Met die contouren moeten we het stellen. Wie het vak zal invullen of wie de leerplannen zal opstellen, blijft een open vraag (om het nog niet te hebben over wie de naleving van de leerplannen zal controleren).Moraal filosoof Patrick Loobuyck wijst de vrijzinnige gemeenschap in dit debat graag op haar gebrek aan inhoudelijke argumenten. Wat hij niet lijkt te (willen) begrijpen, is dat er niet alleen inhoudelijke argumenten bestaan om je te verzetten tegen het eenheidsvak, zijnde de cursus zedenleer zoals hij historisch is gegroeid en vandaag wordt ingevuld. Meer dan op inhoudelijke gronden, draait het pleidooi tegen een eenheidsvak rond basiswaarden zoals verdraagzaamheid, vrijheid, gelijkheid en dito rechten. Ik wil namelijk niet dat zedenleer voor iedereen verplichte kost wordt, want er bestaan nu eenmaal ook andere zingevingkaders. Die vertonen misschien steeds meer overeenkomst met het vrijzinnig humanisme, maar in de wezenlijke fundering van hun waarden, doen zij een beroep op een bovenmenselijke grondlegger. Het is gemakkelijk om te zeggen dat ze dwalen en zich vergissen, maar het getuigt van weinig medemenselijkheid om de hedendaagse gelovigen af te doen als trieste onwetenden (al dan niet tegen beter weten in) of als conservatieven met achterhaalde ideeën.
Zedenleer baseert zich op de kritische methode van het vrij onderzoek. Vanzelfsprekend geeft deze methode ons de wetenschap als leidraad in handen. Maar daar waar de feiten ontbreken of zich in de schemerzone bevinden, hebben we geen angst voor wat kunst en literatuur ons kunnen leren over het minder objectief toegankelijke domein van de menselijke verbeelding. In de lessen zedenleer worden bovendien niet alleen de waarden van het vrijzinnig humanisme meegeven (kort en bondig gesteld, de waarden van de Verlichting: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid), maar ook de overtuiging dat deze waarden het gevolg zijn van rationele en emotionele wezenlijke, evolutionair ‘verworven’ eigenschappen van de mens. Dat alles mag evident zijn voor een moraalwetenschapper, maar je de expertise toemeten om hoogmoedig te reageren dat iedereen dit maar eens verplicht moet aannemen in een neutraal levensbeschouwelijk eenheidsvak, dat is andere koek.
Nu zouden vrijzinnig humanisten zich – uitgedaagd door Patrick Loobuyck – moeten verheugen over de algemene invoering van het eenheidsvak over alle netten? Lijkt het u zo onbegrijpelijk dat wij het voortbestaan van de cursus zedenleer niet willen laten afhangen van de vrome wens om het katholieke onderwijsnet eens en voor altijd af te helpen van haar pedagogisch project door de introductie van een eenheidsvak? Levensbeschouwelijke vakken aanbieden op vrijwillige basis zal in de praktijk neerkomen op de afschaffing van die vakken. Welke school zal - naast het bestaande curriculum - nog ruimte en tijd willen vrijmaken voor een vak dat niet verplicht is?
Wil men meer filosofie in het onderwijs? Blijf workshops ‘filosoferen met kinderen’ stimuleren voor leerkrachten in het basisonderwijs. Maar laat de samenvoeging van alles waarin het bestaande curriculum tekort schiet, niet doorgaan als een algemeen verplicht levensbeschouwelijk eenheidsvak. Vergeet ook niet dat lessen in democratisch burgerschap een maat voor niets zijn, wanneer er geen democratische cultuur heerst binnen de school. En waarom rond democratisch burgerschap niet vakoverschrijdend tewerk gaan? Heeft een vak als geschiedenis niet evenveel bij te leren over hoe de democratische staatsstructuur in het Westen vorm heeft gekregen? Zegt de lectuur van Max Havelaar in de lessen Nederlands niets over hoe wezenlijk anders onze democratische maatschappij vandaag is geworden? … Inter-levensbeschouwelijke samenwerking is vandaag een realiteit. Binnen de erkende instanties, verantwoordelijk voor de levensbeschouwelijke vakken, wordt ook volop ingezet op deze samenwerking. De uiteindelijke vraag blijft volgens ons deze : welke dialoog zal het meest bijdragen tot de samenleving? Een dialoog die organisch is gegroeid met respect voor elkaars eigenheid of een dialoog die verplicht wordt opgelegd vanuit een ‘neutraal’ vak dat een fundamenteel wantrouwen in godsdiensten uitstraalt? Welke boodschap geef je de katholieke student, de gelovige ouders, de moslim in de grootstad mee? Dat hij zich aanvaard mag voelen als onze gelijke? Kan dat de bedoeling zijn?
Sonja Eggerickx
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Het opiniestuk van P. Loobuyck "Weg met zedenleer, iedereen zedenleer" waar dit een reactie op is, verscheen in De Standaard op dinsdag 22 maart 2011