Religieuze symbolen
Op 9 augustus 2006 verscheen er in Het Laatste Nieuws een artikel met als titel ‘Kruisbeelden hoeven niet uit klaslokalen voor verkiezingen’. Normaal gezien worden verkiezingen ingericht in openbare gebouwen. Wanneer deze infrastructuur niet volstaat, kan het college van Burgemeester en Schepenen beslissen hiervoor andere lokalen aan te wenden, bijvoorbeeld door beroep te doen op vrije scholen. Noch de Gemeentekieswet, noch het Kieswetboek, noch de reglementering m.b.t. het kiesmaterieel en de kiestoestellen maken melding van de oorspronkelijke bestemming van de lokalen die als stembureau worden ingericht.
In dit verband stelt Vlaams minister Marino Keulen dat kruisbeelden niet verwijderd hoeven te worden uit de klaslokalen van katholieke vrije scholen, wanneer deze lokalen worden aangewend als stembureaus bij de gemeenteverkiezingen van 8 oktober. Hierbij heb ik toch een aantal bedenkingen.
Minister Keulen bevestigt dat religieuze symbolen niet kunnen in openbare gebouwen, maar beweert dat de tijdelijke openbare functie van een klaslokaal de aard en de bestemming van dit lokaal niet wijzigen. Wanneer lokalen of gebouwen aangewend worden voor het inrichten van verkiezingen, dan wijzigt hun functie de facto. Op het moment dat zo’n lokaal aangewend wordt als verkiezingslokaal, vervult dit lokaal ook daadwerkelijk de functie van openbaar gebouw. In dit geval kunnen andersdenkenden aanstoot nemen aan de kruisbeelden aanwezig in het stembureau. Het openbare karakter van een gebouw impliceert dat het voor iedereen toegankelijk is en dat de neutraliteit hier gewaarborgd dient te worden. Bijgevolg is het niet meer dan logisch dat het stembureau in een katholieke school een neutrale inrichting krijgt, overeenkomstig zijn tijdelijk karakter. Het klaslokaal zelf wordt ruimtelijk immers helemaal aangepast om de verkiezingen te laten doorgaan, de oorspronkelijke bestemming van het lokaal wordt in dit geval tijdelijk wel degelijk veranderd.
Minister Keulen laat de keuze volledig over aan de voorzitter van het kiesbureau. De voorzitter mag oordelen of de aanwezigheid van religieuze symbolen de neutraliteit van de kiesverrichtingen stoort, al dan niet na een klacht. Meent hij dat dit het geval is, mag hij de kruisbeelden laten verwijderen. Met andere woorden, het al dan niet verwijderen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen hangt af van de goodwill van één persoon, die zijn persoonlijke voorkeur kan laten gelden en derhalve het neutraliteitsbeginsel ongestraft kan schenden.
We vragen aan minister Keulen om het principe van de scheiding van kerk en staat in deze voorop te stellen. De neutraliteit van openbare gebouwen of van gebouwen die deze functie tijdelijk waarnemen, moet ten allen tijde verzekerd blijven.
Sonja Eggerickx
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen