Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Toch nog heilige huisjes?

Toch nog heilige huisjes?

Herman De Dijn formuleerde in De Standaard (17 februari) een reactie op mijn opiniestuk, waarin ik een artikel uit het Strafwetboek citeerde. Dit veroorzaakte duidelijk veel deining, omdat ik de kardinaal blijkbaar afdreigde met een verwijzing naar het Strafwetboek. De reactie is nogal persoonlijk, zodat een repliek noodzakelijk is.

Ik begrijp niet hoe een eenvoudige vermelding van een wetsartikel als een afdreiging kan worden beschouwd, tenzij uiteraard de geviseerde feiten door het artikel worden gevat.

Herman De Dijn en ook diaken Chris Buckinx (De Standaard, 15 februari) hebben ongetwijfeld het begrijpend lezen onder de knie. Toch slagen zij er in niet te lezen wat er staat en te lezen wat er niet staat. Dit neigt naar manipulatie of op zijn minst tot liegen, wat indruist tegen één van de Tien Geboden.
Ik heb duidelijk en letterlijk in mijn bijdrage geschreven – ze beweren het tegendeel – dat de kardinaal, zoals iedere burger het recht heeft om zijn mening te verkondigen. Hij mag brieven schrijven, interviews toestaan en persconferenties geven, waarin hij zijn mening vrij mag verkondigen en b.v. katholieke ziekenhuizen oproepen geen euthanasie meer toe te passen of volksvertegenwoordigers verzoeken de wet te herroepen. De vrijheid van meningsuiting heb ik steeds verdedigd; ook de kardinaal kan en moet vrij voor zijn opinie uitkomen.

De vrijheid van mening is evenwel geen absoluut recht. De wet kan bepaalde beperkingen opleggen, die voor alle burgers gelden. Niemand kan het recht van vrije mening inroepen wanneer hij b.v. laster en eerroof pleegt of wanneer hij de openbare orde in gevaar brengt. Voor o.m. ambtenaren en bedienaars van de erediensten gelden omwille van hun bijzondere hoedanigheid specifieke bepalingen. In het bewuste artikel 268 van het Strafwetboek wordt een bedienaar van de eredienst verboden tijdens de uitoefening van zijn bediening (en dan alleen) een wet of enige andere handeling van het openbaar gezag rechtstreeks aan te vallen. In een democratie geldt de wet voor iedereen en kunnen geen uitzonderingen toegelaten worden. Streeft Herman De Dijn misschien naar het herstel van de middeleeuwse immuniteit? Een homilie is, veronderstel ik, een onderdeel van de misviering en derhalve van de bediening van een eredienst.
Het Strafwetboek bevat trouwens niet alleen beperkingen voor de bedienaars van de erediensten, maar ook beschermende maatregelen (zie de artikels 142 tot 146).
Zou de rechterlijke macht deze artikels met betrekking tot de erediensten niet moeten hanteren wanneer sommige bedienaren van de eredienst hun toehoorders aansporen tot haat en geweld?
Vrije meningsuiting
Collega De Dijn stelt dat ik aan pure stemmingmakerij doe en wil weten of de vrijzinnige verenigingen akkoord gaan met mijn standpunt. Wat suggereert hij? Zouden vrijzinnige burgers of verenigingen niet akkoord mogen gaan met een eenvoudige verwijzing naar de wet? Zouden vrijzinnigen zich moeten kanten tegen de toepassing van een democratisch tot stand gekomen wet? Wellicht zijn een aantal burgers niet gelukkig dat de wet niet wordt toegepast, wie weet?
De vrijzinnigheid kent echter geen hiërarchie, heeft geen voor ieder geldende waarheid; integendeel bij de vrijzinnige humanisten is de individuele vrijheid heilig en bestaan er derhalve uiteenlopende overtuigingen, wat trouwens haar sterkte is.

Mijn twijfel of eeuwenoude teksten nog steeds gebruikt kunnen worden als de bron van waarden gaat het verstand van collega De Dijn te boven.
Alle heilige schriften van welke religie ook zijn tot stand gekomen door mensen in een samenleving waar mensen een beperkte levensverwachting hadden en weinig of geen aandacht besteedden aan de levenskwaliteit. In die omstandigheden bestaat uiteraard geen aandacht voor of enige vorm van euthanasie. Die oude teksten worden evenwel nog steeds letterlijk geïnterpreteerd en vormen de basis van een ethiek, die geenszins aangepast is aan een moderne samenleving.

Ik pleit integendeel voor enerzijds een wetenschappelijke benadering en anderzijds voor het luisteren naar de artsen en verpleegkundigen die in de dagelijkse praktijk geconfronteerd worden met de hiaten van de huidige euthanasiewet. Niemand heeft baat bij de huidige onduidelijkheden en onzekerheid. Het pleidooi voor de uitbreiding van de euthanasiewet naar dementerenden impliceert niet dat deze mensen geen recht op leven zouden hebben. Vanuit het beroepsveld worden echter een aantal schrijnende situaties gesignaleerd waarvoor men een wettelijke regeling wil met alle garanties voor de patiënten.

Belangrijk bij dit debat is de eigen keuze. Elke levensbeschouwing heeft zijn eigen opinie in verband met euthanasie. Er bestaat een wettelijk kader dat aangepast dient te worden. Laten we in vrijheid beslissen om al dan niet gebruik te maken van de mogelijkheid tot euthanasie, conform ons eigen geweten, waardenstelsel en levensbeschouwing . Eerbiedig elkaars keuze, ook al is dit niet onze keuze.
De vrijzinnig humanistische ethiek gaat uit van het zelfbeschikkingsrecht van het individu, die vrij is te bepalen van wat goed of slecht is rekening houdend met zijn medemens. De vrijzinnige tracht daarom goed te handelen, niet omdat hij bang is ontdekt te worden door God, die Grote Politieman in de lucht, die op je neer zou kijken.

Ik blijf een grote voorstander van een levensbeschouwelijke dialoog, omdat levensbeschouwingen een sociaal nut hebben en kunnen bijdragen tot een verdraagzame maatschappij.
Een dergelijke dialoog vereist evenwel dat men bereid is te luisteren naar de mening van anderen en niet steeds zijn eigen ethisch gelijk wil opleggen.
Euthanasie is voor niemand een verplichting, maar een keuze. Een christelijk mens kan euthanasie zonder meer afwijzen, maar mag anderen niet verplichten hetzelfde te doen.

Prof. dr. Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Deze reactie verscheen in De Standaard

Bookmark and Share

 

 

(foto: Free Speech for the Dumb van Walt Jabsco)

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen