Opinies en Nieuws
Home
Opinies en Nieuws
Archief Opiniestukken
Vrijzinnig humanisme als alternatief voor een ethiek van verschrikking
Vrijzinnig humanisme als alternatief voor een ethiek van verschrikking
De jongste column van Bart De Wever in De Standaard (8 maart 2011) roept heel wat vragen op.Indien ik het goed begrepen heb, dan leven we volgens dhr. De Wever heden in een maatschappij, waarin wet en moraal samenvallen en hij voegt eraan toe: “Het moderne geloof wil dat wat niet uitdrukkelijk bij wet verboden is, toegelaten is.” Met het proces van de secularisering groeiden religie en moraal uit elkaar, een verschuiving die dhr. De Wever lijkt te betreuren. Hij stelt immers dat de uitwerking van een niet-confessionele moraal, zoals deze onder meer op gang kwam met de verlichting, tot op vandaag zijn praktisch nut nog niet heeft bewezen of geenszins als leidraad kan dienen voor het moreel handelen. Mensen hebben volgens dhr. De Wever meer nodig dan hun rationeel vermogen om ethisch te handelen.
Op zijn minst is het merkwaardig te noemen dat hij dan plots de God van de verschrikking of de wraak uit het Oude Testament inroept als voorbeeld van een efficiënte bron van moreel handelen. Het is dus alsof we enkel mensen kunnen beletten tot immoreel gedrag, wanneer deze bang zijn voor een bestraffing. Het betreft met andere woorden een verinnerlijking van de angst voor de mogelijke terreur van een bovennatuurlijke kracht. Op die manier lijkt dhr. De Wever de mens niet enkel te infantiliseren, maar lijkt hij ook niet te erkennen dat mensen op een autonome en vrije manier een ethiek kunnen ontwikkelen. Wat ons hierbij als vrijzinnig humanisten stoort, is dat hij slechts spreekt over de ethiek van de joods-christelijke traditie, die volgens hem dreigt te worden vervangen door een set van abstracte juridische principes of bureaucratische regelgeving. Hiermee ziet hij een ganse humanistische traditie over het hoofd, volgens dewelke de mens niet alleen op een autonome en vrije manier vorm kan geven aan zijn leven, maar ook aan de maatschappij. Volgens dhr. De Wever bestaat er tot op heden nog altijd geen beter alternatief dan de joods-christelijke ethiek, zoals die ons werd overgeleverd door de traditie. Tot welke verschrikkingen deze ethiek ook kan leiden, hebben de geschiedenis en de recente actualiteit meer dan genoeg aangetoond.
Kortom, voor ons, vrijzinnig humanisten moeten in een democratische rechtstaat wetten tot standkomen met als hoogste toetssteen de rechten van de mens. Mensenrechten zijn immers de basis voor het reguleren van menselijk handelen. De wet geeft het kader waarbinnen het individu keuzes kan maken. Die keuzes kunnen onder meer berusten op zijn of haar levensbeschouwelijke overtuiging. Neem bijvoorbeeld euthanasie, dit kan voor de wetgever onder bepaalde omstandigheden. Deze wetgeving is tot standgekomen op basis van diepgaand debat en na vele overwegingen. Het is echter wel zo dat het individu beslist op basis van zijn of haar eigen wensen en levensopvattingen. Het is niet de wet die bepaalt of een individu voor euthanasie kiest, de wet geeft wel het kader waarbinnen het individu kan kiezen. Dit systeem wordt bevestigd door het principe van scheiding kerk en staat.
Sonja Eggerickx
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen