Waardig laten gaan

De ganse wereld werd getroffen door het debat in verband met het al dan niet toestaan om de Amerikaanse Terri Schiavo te laten sterven na 15 jaar vegetatief bestaan. Eindelijk kwam er een einde aan haar tragisch leven.

We werden geconfronteerd met de uitwassen van de mogelijkheden van onze hoogtechnologische geneeskunde. Gelukkig nemen in ons land de meeste artsen een ander standpunt in. Ze doen niet aan therapeutische hardnekkigheid en zetten de medisch zinloos geworden behandeling stop, ook in de katholieke ziekenhuizen.

Het was echter schrijnend om vast te stellen hoe de zaak Schiavo de speelbal werd van een ethische en politieke hetze in de Verenigde Staten. Christelijke fundamentalisten, pro-life campagnevoerders en conservatieve republikeinen voerden met de echtgenoot van Terri Schiavo een meedogenloze strijd.
Voor hen werd dit mensenleven als het ware ‘heilig’, terwijl ze anderzijds in het verleden aanzetten tot moordaanslagen op abortusartsen en acties tegen abortuscentra. Zij hanteren blijkbaar andere criteria betreffende de waarde van een mensenleven als het om een arts gaat die abortus wil toestaan. We kunnen ons dan ook afvragen waar het verschil ligt tussen deze fundamentalisten en de islamitische fundamentalisten die in Irak moordende aanslagen plegen.
Dezelfde conservatieve bewegingen in de Verenigde Staten zijn trouwens ook voorstander van een liberale wapenwetgeving waardoor recent nog talrijke dodelijke slachtoffers te betreuren vielen in een school.

In de USA was er een schending van de scheiding der machten waarbij rechters onder druk gezet werden om de voedingssonde terug te plaatsen en een wetswijziging werd goedgekeurd om opnieuw de zaak voor de rechter te brengen. Bovenal was het een grove schending van de privacy van het koppel. Er werd op een platvloerse wijze politiek misbruik gemaakt van menselijk lijden.

Het geval van Terri Schiavo doet ons echter stil staan bij het belang van wilsverklaringen bij de patiëntenrechten en de euthanasiewet in ons land. Als patiënt kunnen we laten noteren dat we op een bepaald ogenblik bepaalde behandelingen weigeren. Een patiënt kan in een wilsverklaring bepalen dat in geval van zware aantasting van de hersenfuncties alle behandelingen worden stopgezet, inclusief de toediening van voedsel en vocht. Het resultaat is dat de dood binnen afzienbare tijd zal volgen. In dergelijk geval kan men echter niet kiezen voor een milde dood, met andere woorden men kan geen euthanasie vragen. Dit is eigenlijk een absurde situatie want het eindresultaat is hetzelfde, namelijk de dood. Laat ons dan kiezen voor de meest humane wijze voor zowel de patiënt als voor de nabestaanden. Euthanasie kan volgens de huidige wet van 28 mei 2002 alleen voor mensen met een wilsverklaring die zich in een onomkeerbare coma bevinden. Veel mensen denken onterecht dat via een wilsverklaring euthanasie kan gevraagd worden bij dementie. Een democratisch politiek debat betreffende het probleem van de wilsonbekwamen en euthanasie dringt zich op.
In het parlement werd op 7 juli 2004 door de senatoren Jeannine Leduc en Paul Wille een wetsvoorstel ingediend om de huidige euthanasiewet uit te breiden op het vlak van de wilsverklaring voor ‘mensen die zich niet meer bewust zijn van de eigen persoonlijkheid’.

Uit een onderzoek betreffende de kijk van meerderjarige Vlamingen op euthanasie, in 2004 uitgevoerd door Dimarso op vraag van de vereniging Recht op Waardig Sterven, bleek dat ongeveer 70% van de respondenten vond dat euthanasie moet mogelijk zijn ‘in geval van aangetaste hersenfuncties, onherroepelijke verwardheid of dementie, en indien de patiënt op voorhand zijn wil geuit heeft dat in dat geval zijn leven beëindigd mag worden.’ Bij de Vlaamse bevolking is er dus een grote bereidheid om de euthanasiewet uit te breiden tot de wilsonbekwame patiënten zoals dementerenden die zelf niet meer hun keuze voor euthanasie kunnen uiten.

Het debat zal opnieuw moeten gevoerd worden in het parlement. Het zal niet gemakkelijk zijn een meerderheid te vinden om de huidige euthanasiewet uit te breiden. De vertegenwoordigers van het volk kunnen echter dit duidelijk standpunt van de Vlaamse bevolking moeilijk negeren.

We hebben er alle belang bij om tijdig in ons leven stil te staan hoe we behandeld wensen te worden bij ons levenseinde wanneer we zelf onze wil niet meer kunnen uiten. Het betreft een onderwerp waar veelal nog een taboe op rust en waar we niet graag bij stilstaan. Toch is het essentieel dat we dit doen in dialoog met onze geliefden, familie, vrienden en uiteraard ook met onze artsen.Het betekent een geruststelling voor ons als we bepaalde zaken kunnen vermijden op het vlak van behandelingen door het opstellen van een wilsverklaring. Wanneer de kwaliteit van het leven door ons niet meer voldoende geacht wordt, vormt de keuze van euthanasie één van de mogelijke opties. Respect voor deze keuze is dan ook essentieel. We moeten zorg dragen voor de lijdende mens en zijn omgeving tijdens de laatste levensfase. Hierbij dienen uiteraard door de overheid de nodige middelen ter beschikking gesteld te worden om een optimale palliatieve zorg te kunnen bieden zowel in het ziekenhuis, een palliatieve eenheid, de palliatieve thuiszorg en de palliatieve dagcentra. De recente alarmerende berichten in de pers betreffende de penibele financiële situatie van de palliatieve dagcentra en het onderzoek van de vakgroep medische sociologie van de Vrije Universiteit Brussel betreffende de werking van de palliatieve support teams in de ziekenhuizen leren ons dat daar zeker nog werk aan de winkel is. Bij een goed uitgebouwde palliatieve zorg wordt men als mens goed omringd en kan de terminale patiënt bewust bepalen voor welke optie hij kiest op het einde van zijn leven. Bij beslissingen rond het levenseinde moet de wil van de patiënt centraal staan. Als autonome individuen bouwen we zelf ons leven op en geven we zin aan ons leven. Het is dan ook aan ons om te beslissen wanneer dit leven voor ons niet meer zinvol en kwaliteitsvol is. We moeten de mensen ook kunnen laten gaan als het voor hen genoeg geweest is. Afscheid nemen, sterven en dood horen nu eenmaal bij het menselijk leven. Op deze manier dragen we bij tot de humanisering van het levenseinde.

Michel Magits
Voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen
Plaatsvervangend lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard

Bookmark and Share

  PrintPrint milieuvriendelijk

 

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen